ECLI:NL:OGEAA:2020:357
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Verklaring waardeloosheid conservatoir beslag op woning en doorhaling inschrijving
Op 24 februari 2005 overleed erflaatster in Aruba, wier levenspartner [gedaagde] was. Eisers zijn haar enige erfgenamen, waaronder [eiseres 1], dochter van erflaatster en [gedaagde], en [eiseres 2], dochter uit een eerder huwelijk. Erflaatster had een woning gekocht die op haar en [eiseres 1] stond geregistreerd. In een eerdere procedure legde [gedaagde] conservatoir beslag op deze woning wegens een vermeende geldvordering wegens onrechtvaardige verrijking, maar deze vordering werd door het Gerecht en het Hof afgewezen.
Eisers vorderden in kort geding opheffing van het beslag en machtiging tot doorhaling van de inschrijving in de registers. Het Gerecht oordeelde dat het beslag van rechtswege was vervallen omdat het vonnis van het Hof in kracht van gewijsde was gegaan, waardoor opheffing van het beslag niet nodig was. Wel was de inschrijving van het beslag niet doorgehaald, en was geen verklaring van waardeloosheid afgegeven, waardoor eisers belang hadden bij een rechterlijke verklaring van waardeloosheid van de inschrijving.
Omdat [gedaagde] was overleden en [eiseres 1] zijn enige erfgenaam was, moest zij als rechtverkrijgende worden beschouwd en trad zij zowel op als eiseres als gedaagde, wat haar niet-ontvankelijkheid tot gevolg had. Dit gold niet voor [eiseres 2]. Het Gerecht verklaarde daarom de inschrijving van het beslag waardeloos en machtigde de bewaarder tot doorhaling. De proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: Het conservatoir beslag wordt waardeloos verklaard en de bewaarder wordt gemachtigd tot doorhaling; [eiseres 1] wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek.