ECLI:NL:OGEAA:2020:290

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
1 juli 2020
Publicatiedatum
15 juli 2020
Zaaknummer
AUA201802696
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 214 RvArt. 215 Rv
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toelating van New India Assurance als gevoegde partij aan zijde gedaagde

In deze civiele procedure bij het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba heeft New India Assurance Representative N.V. verzocht zich te voegen aan de zijde van de gedaagde partij. Dit verzoek is gebaseerd op artikel 214 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, dat partijen met een belang in een lopende zaak toestaat zich te voegen.

New India stelt dat zij wettelijk gehouden is de aansprakelijkheid van de gedaagde te dekken en daardoor belang heeft bij de zaak, met name om te voorkomen dat de gedaagde aansprakelijk wordt gesteld voor de door eiser gestelde schade of om de schadehoogte te beperken. De eiser heeft geen bezwaar gemaakt tegen de voeging.

Hoewel de gedaagde geen formeel antwoord heeft gegeven op het voegingsverzoek, heeft het Gerecht geoordeeld dat deze voldoende gelegenheid heeft gehad om te protesteren en dit niet heeft gedaan. Daarom is het verzoek toegewezen. De zaak wordt verwezen naar de rol van 23 september 2020 voor verdere behandeling, waarbij ook New India als partij kan optreden.

Uitkomst: New India Assurance wordt toegelaten als gevoegde partij aan de zijde van de gedaagde.

Uitspraak

Vonnis van 1 juli 2020
Behorend bij A.R. AUA201802696
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS
in het incident tot voeging zijdens:
1. de rechtspersoon naar vreemd recht
NEW INDIA ASSURANDE COMPANY LTD.,
2. de naamloze vennootschap
NEW INDIA ASSURANCE REPRESENTATIVE N.V.,
hierna ook te noemen: New India c.s.,
gemachtigden: de advocaat mrs. A.F. Kuster en E.A.Th. Kuster,
in de zaak van:
[EISIER],
te Aruba,
hierna ook te noemen: [Eiser],
gemachtigde: de advocaat mr. D.G. Kock,
tegen:
[GEDAAGDE],
te Aruba,
hierna ook te noemen: [Gedaagde],
gemachtigde: de advocaat mr. A.A.D.A. Carlo.

1.DE PROCEDURE

1.1
Het verloop van de procedure tot en met 20 maart 2019 blijkt uit het vonnis in het incident tot vrijwaring van die datum. Het verdere verloop blijkt uit:
- de incidentele vordering tot voeging (aan de zijde van [gedaagde]) van New India c.s., ingediend op de rol van 22 januari 2020;
- de conclusie van repliek van 19 februari 2020;
- de conclusie van antwoord in het voegingsincident zijdens [eiser], genomen op de rol van 20 mei 2020.
1.2
De zaak is daarna verwezen naar de rol van vandaag voor vonnis in het incident.

2.HET VERZOEK

New India c.s. vordert om in de hoofdzaak te worden toegelaten als gevoegde partij aan de zijde van [gedaagde] en – zo begrijpt het Gerecht - om haar in de gelegenheid te stellen om in de hoofdzaak een conclusie te nemen.

3.DE BEOORDELING

3.1
De vordering is gebaseerd op artikel 214 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Ingevolge bedoeld artikel is een ieder die belang heeft bij een rechtsgeding, hangende tussen andere partijen, bevoegd om zich daarin te voegen. Ingevolge artikel 215 wordt Pro het incident aangebracht ter terechtzitting op de dienende dag vóór of op die waarop de behandeling van het aanhangige rechtsgeding eindigt.
3.2
New India c.s. heeft gesteld belang te hebben om in de door [eiser] aanhangig gemaakte zaak tegen [gedaagde] zich aan de zijde van [gedaagde] te voegen, omdat zij op grond van de wet gehouden is de aansprakelijkheid van [gedaagde], waartoe de vordering in de hoofdzaak strekt, te dekken. In dat verband heeft New India c.s. verder gesteld te willen voorkomen dat [gedaagde] in de hoofdzaak aansprakelijk wordt gesteld voor de door [eiser] gestelde schade, althans belang te hebben dat de hoogte van de schade wordt beperkt.
3.3 [
Eiser] heeft in haar conclusie van antwoord in het voegingsincident te kennen gegeven geen bezwaar te hebben tegen de gevorderde voeging. Het Gerecht constateert dat [gedaagde] niet in de gelegenheid is gesteld om een conclusie van antwoord te nemen op bedoelde vordering. Ondanks deze omstandigheid is het Gerecht van oordeel dat [gedaagde], gelet op het tijdsverloop sinds de indiening van de incidentele vordering tot voeging zijdens New India c.s. ter zitting, welk stuk ook aan de gemachtigde van [gedaagde] is overhandigd, voldoende gelegenheid heeft gehad om daartegen te protesteren. Nu [gedaagde] dit niet heeft gedaan, gaat het Gerecht ervan uit dat [gedaagde] het eens is dat New India c.s. aan zijn zijde voegt. Gelet hierop en nu het Gerecht van oordeel is dat New India c.s. voldoende belang heeft bij voeging aan de zijde van [gedaagde], zal de incidentele vordering tot voeging worden toegewezen.
3.4
Het Gerecht hecht eraan New India c.s. erop te wijzen dat zij het geding aantreft in de stand waarin het zich bevindt en zoals die in het dictum is opgenomen.
3.5
De beslissing over de proceskosten van dit incident wordt aangehouden tot in de hoofdzaak wordt beslist.

4.DE UITSPRAAK:

Het Gerecht:
in het incident tot voeging
staat New India c.s. toe zich in de hoofzaak te voegen aan de zijde van [gedaagde];
houdt iedere verdere beslissing in het incident aan;
in de hoofdzaak
verwijst de zaak naar de rol van 23 september 2020 voor het nemen van conclusie van dupliek aan de zijde van [gedaagde] en New India c.s.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Verhoeven, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 1 juli 2020 in aanwezigheid van de griffier.