Uitspraak
1.HET VERLOOP VAN DE PROCEDURE
2.DE VERDERE BEOORDELING
Omgang
3.DE BESLISSING
dinsdag 1 september 2020 om 8.30 uurvoor overlegging van bovenbedoeld rapport door de Voogdijraad,
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
In deze zaak staat de vraag centraal of het aan de moeder ontzegde omgangsrecht met haar minderjarige kinderen gewijzigd kan worden. De moeder verzoekt om het omgangsrecht onder supervisie te laten plaatsvinden, bij voorkeur begeleid door een ander familielid dan de grootmoeder van vaderszijde, om zo de moeder-kind band te versterken.
Het gerecht overweegt dat het omgangsrecht een fundamenteel recht is, dat alleen bij zwaarwegende belangen van het kind kan worden beperkt. Uit het psychologisch rapport van de Voogdijraad en de zitting blijkt dat de omgang met de moeder spanning veroorzaakt bij de kinderen en dat er wantrouwen en onzekerheid bestaat. De minderjarigen willen een beperkte omgang onder supervisie.
De moeder heeft tot nu toe onder toezicht van de grootmoeder beperkt omgang gehad en wenst dit onder begeleiding van een ander persoon voort te zetten om meer vertrouwen op te bouwen. Het gerecht verzoekt daarom de Voogdijraad een veiligheidstraject te starten en te onderzoeken wie als omgangsbegeleider kan optreden. De zaak wordt aangehouden tot overlegging van het rapport.
Uitkomst: Het gerecht verzoekt de Voogdijraad een veiligheidstraject te starten en houdt verdere beslissing aan tot overlegging van het rapport.