Uitspraak
1.DE PROCEDURE
2.DE VASTSTAANDE FEITEN
1. De publiekrechtelijke rechtspersoon Land Aruba, ten deze vertegenwoordigd door de minister van Ruimtelijke Ontwikkeling, Infrastructuur en Milieu;
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Eiser vorderde dat het gerecht hem machtigde en vervangende toestemming verleende om namens gedaagden het recht van erfpacht op een perceel domeingrond prijs te geven, conform een overeenkomst uit 2018. Gedaagden, erfgenamen van wijlen [overledene], waren niet verschenen en verstek was verleend.
De overeenkomst was reeds namens gedaagden ondertekend, maar eiser kon geen machtiging overleggen waaruit bleek dat hij bevoegd was om namens hen te tekenen. Tevens stelde eiser niet duidelijk op welke grond gedaagden gehouden zouden zijn mee te werken aan de levering van het recht van erfpacht.
Het gerecht oordeelde dat de vordering ongegrond en onrechtmatig was omdat eiser geen feiten had gesteld die een verplichting van gedaagden tot medewerking aannemelijk maakten. De vordering werd afgewezen en eiser werd veroordeeld in de proceskosten, die voor gedaagden nihil werden begroot.
Uitkomst: De vordering tot machtiging en vervangende toestemming voor prijsgeving erfpacht namens gedaagden wordt afgewezen.