Uitspraak
1.DE PROCEDURE
2.DE VASTSTAANDE FEITEN
Artikel 9 – Bindende kracht
(…).
- Haarscheuren binnenmuren repareren en schilderen;
- Grote diepe scheuren binnenmuren repareren en schilderen;
- Blazen van pleister op de binnenmuren repareren en schilderen;
- Niet strakke lijnen geverfd op alle bovenkanten van de plinten en aan de zijkant van de kozijnen;
- Naden niet goed gevuld van tegels en chips opvullen;
- Voordeur te kort;
- Kit-sealant mist rondom de ramen;
- Onderkant EIFS pleister bij lekdorpels afsluiten;
- EIFS laat los bij voorgevel, inclusief de waterhollen;
- EIFS wat rood is geverfd is verkleurd;
- Scheuren in EIFS aansluitingen op de verdieping.
- Voor de openstaande werken uit het contract het bedrag van AWG 177.907,06.
- Voor het nog openstaande meerwerk, dat in redelijkheid is uitgevoerd, het bedrag van AWG 149.687,97
3.DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
EIFS”;
4.DE BEOORDELING
VOR#14: Zo komen we dan terecht bij VOR#14, daar waar het geschil om meerwerk eigenlijk om draait.”. Hieruit volgt onmiskenbaar dat ECA VOR#14 en de daarbij behorende factuur zonder enig voorbehoud ter beoordeling heeft voorgelegd aan de Adviescommissie. De hier besproken stelling van ECA mist voldoende feitelijke grondslag, en wordt daarom gepasseerd.