ECLI:NL:OGEAA:2019:85
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - meervoudig
- N.K. Engelbrecht
- J.R. Geerman
- E. de Cuba
- Rechtspraak.nl
Toekenning cessantia-uitkering wegens werkgever die is opgehouden te betalen
Appellant diende een verzoek in tot eenmalige cessantia-uitkering bij de Sociale Verzekeringsbank, welke werd afgewezen omdat de werkgever niet in staat van faillissement verkeerde en geen surseance van betaling had. Appellant stelde dat de werkgever feitelijk was opgehouden met betalen en verwees naar het gelijkheidsbeginsel omdat andere werknemers wel uitkering ontvingen.
Het College stelde vast dat het dienstverband op 15 april 2017 was geëindigd en dat op dat moment de werkgever niet failliet was en geen surseance van betaling had. Wel was appellant vanaf mei 2016 geen loon meer betaald en was overeengekomen dat achterstallig loon in termijnen zou worden betaald, maar deze betalingen zijn nooit ontvangen.
Het hof had eerder de faillietverklaring van de werkgever vernietigd vanwege mogelijke toekomstige baten, maar dit veranderde niets aan het feit dat de werkgever feitelijk was opgehouden te betalen. Het College concludeerde dat appellant op grond van artikel 4, lid 2 van de Cessantiaverordening aanspraak maakt op de cessantia-uitkering en vernietigde de bestreden beslissing van de bank.
De uitspraak bevestigt dat ook zonder formeel faillissement of surseance van betaling een cessantia-uitkering kan worden toegekend als de werkgever is opgehouden te betalen. Hiermee wordt het belang van de werknemer beschermd tegen niet-betaling van achterstallig loon na beëindiging van het dienstverband.
Uitkomst: Appellant maakt aanspraak op cessantia-uitkering omdat de werkgever is opgehouden te betalen vanaf het einde van het dienstverband.