ECLI:NL:OGEAA:2019:504
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Vervangende toestemming erkenning minderjarige met behoud geslachtsnaam moeder
De zaak betreft een verzoek van de man om vervangende toestemming te verkrijgen voor de erkenning van zijn kind, een minderjarige geboren in 2017, tegen de wil van de moeder. De moeder stelt dat de minderjarige is verwekt door verkrachting, wat zij met wisselende verklaringen onderbouwt, terwijl de man een consensuele relatie betwist en betrokkenheid wenst.
Het gerecht heeft de verklaringen van beide partijen en het advies van de Voogdijraad, inclusief psychologisch rapport, zorgvuldig gewogen. De verklaringen van de moeder zijn inconsistent over de aard van de bedreiging en het contact met de man voor en na de conceptie. De psychische problemen van de moeder zijn erkend, maar het gerecht acht deze niet voldoende bewijs voor verkrachting.
Het gerecht concludeert dat de moeder onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de minderjarige onder geweld is verwekt en dat het belang van de minderjarige en de man toewijzing van het verzoek rechtvaardigt. Tevens wordt bepaald dat de minderjarige de geslachtsnaam van de moeder behoudt, conform een nog niet in werking getreden landsverordening. Verdere verzoeken tot gezamenlijk gezag en omgang worden aangehouden tot onherroepelijkheid van deze beschikking.
Uitkomst: Vervangende toestemming verleend voor erkenning van de minderjarige met behoud van de geslachtsnaam van de moeder.