Uitspraak
1.[Gedaagde 1],
1.DE PROCEDURE
2.DE VASTSTAANDE FEITEN
Naf. 71.972,00 +
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
In deze zaak vorderden eiseressen dat gedaagden binnen een korte termijn medewerking zouden verlenen aan de levering van aandelen conform de Shareholders Agreement, en dat zij geen opschortingsrecht hadden zolang niet alle vorderingen voldaan waren. Gedaagden beriepen zich op een opschortingsrecht vanwege openstaande vorderingen uit hoofde van Equity Accounts en Personal Accounts, waarbij zij stelden dat de maatschappen op Aruba en Curaçao een economische eenheid vormden.
De rechtbank oordeelde dat de Equity Account een vordering is van gedaagde 2 op eiseres 1, en dat gedaagde 2 niet bevoegd is om levering van aandelen op te schorten wegens vorderingen die zij niet rechtstreeks heeft. Ook werd geoordeeld dat de maatschappen op Aruba en Curaçao juridisch gescheiden zijn en geen economische eenheid vormen die opschortingsrecht zou rechtvaardigen.
Verder werd overwogen dat op grond van redelijkheid en billijkheid betaling van de vorderingen gespreid kan plaatsvinden, mede omdat de financiële situatie van eiseressen een volledige betaling ineens niet toelaat. De Financial Regulations, hoewel niet formeel ondertekend, weerspiegelen deze afspraak. Daarom is de vordering niet volledig opeisbaar en is opschorting niet toegestaan.
De rechtbank veroordeelde gedaagden tot volledige medewerking aan levering van de aandelen binnen veertien dagen, met een dwangsom voor niet-nakoming, en wees het meer of anders gevorderde af.
Uitkomst: Gedaagden zijn veroordeeld tot levering van aandelen binnen veertien dagen en mogen hun levering niet opschorten vanwege openstaande vorderingen.