ECLI:NL:OGEAA:2019:389
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning gezamenlijk gezag aan ouders over minderjarige in het belang van het kind
De vader verzocht het gerecht om gezamenlijk gezag over de minderjarige toe te kennen, welke hij inmiddels heeft erkend. Dit verzoek is gebaseerd op artikel 1:253c van het Burgerlijk Wetboek van Aruba, dat de vader de mogelijkheid biedt om het gezag gezamenlijk met de moeder uit te oefenen, ook indien dit voorheen niet het geval was.
De moeder verzette zich tegen het verzoek met het argument dat communicatie tussen partijen niet mogelijk is. Uit het rapport van de Voogdijraad bleek echter dat ouders indirect via de grootouders communiceren, waarbij de vader bereid is tot directe communicatie, maar de moeder dit niet wenst. De omgangsregeling verloopt goed en beide ouders zijn betrokken bij het leven van het kind.
Het gerecht oordeelde dat er geen onaanvaardbaar risico bestaat dat de minderjarige klem of verloren raakt tussen de ouders bij gezamenlijk gezag. De moeder heeft haar verzet onvoldoende onderbouwd. Partijen worden geacht in staat te zijn om het kind naar behoren te verzorgen en afspraken te maken over belangrijke situaties.
De voorlopige omgangsregeling is uitgebreid en de ouders kunnen onderling afspraken maken over omgang, zodat het gerecht hierover geen beslissing neemt. Het verzoek tot gezamenlijk gezag wordt toegewezen en de beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De vader en moeder worden gezamenlijk belast met het gezag over de minderjarige.