ECLI:NL:OGEAA:2019:11
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek tot schorsing voortduren inbewaringstelling vreemdeling
Verzoekster, van Colombiaanse nationaliteit, was in bewaring gesteld op grond van de Landsverordening toelating, uitzetting en verwijdering (Ltuv). Verweerder had op 20 oktober 2018 de inbewaringstelling bevolen en de rechter-commissaris had deze op 22 oktober 2018 als rechtmatig beoordeeld. Verzoekster maakte bezwaar tegen het voortduren van de bewaring en diende een verzoek in op grond van artikel 54 van Pro de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) om schorsing van de beschikking.
Het gerecht overwoog dat voortduren van een rechtmatige inbewaringstelling na verloop van tijd onrechtmatig kan worden, maar dat de Ltuv geen expliciete voorziening bevat voor rechterlijke toetsing van het voortduren. Wel kan een verzoek tot intrekking van het bevelschrift worden ingediend bij verweerder, waarna bezwaar en beroep mogelijk zijn. Omdat verweerder binnen twee weken na het verzoek de bewaring heeft opgeheven, is geen afwijzende beschikking tot stand gekomen.
Daarom is het bezwaar tegen het voortduren van de bewaring niet-ontvankelijk en kan het verzoek tot schorsing niet ontvankelijk worden verklaard. Ook het verzoek om inhoudelijke beslissing vanwege hoger beroep is niet relevant omdat tegen deze uitspraak geen rechtsmiddel openstaat. Het gerecht verklaart het verzoek niet-ontvankelijk en bevestigt dat de bewaring inmiddels is opgeheven.
Uitkomst: Het gerecht verklaart het verzoek tot schorsing van de voortduren inbewaringstelling niet-ontvankelijk en bevestigt dat de bewaring is opgeheven.