ECLI:NL:OGEAA:2018:620
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken bezwaar tegen beschikking tijdelijke verblijfvergunning
Appellante verzocht om een vergunning tot tijdelijk verblijf om als inwonende dienstbode te werken, maar dit verzoek werd op 13 januari 2017 afgewezen door de Minister van Ruimtelijke Ontwikkeling, Infrastructuur en Integratie. Op 3 juli 2017 maakte de werkgeefster bezwaar tegen deze beschikking, maar appellante zelf maakte geen bezwaar. De minister verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk bij beschikking van 10 oktober 2017.
Appellante stelde op 17 november 2017 beroep in bij het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba. Tijdens de zitting van 23 april 2018 verschenen beide partijen. Het Gerecht overwoog dat op grond van artikel 23, eerste lid, van de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) alleen beroep kan worden ingesteld door degene die bezwaar heeft gemaakt tegen de beschikking. Volgens vaste rechtspraak kan een belanghebbende die geen bezwaar heeft gemaakt, niet-ontvankelijk worden verklaard.
Omdat appellante geen bezwaar had gemaakt en niet aannemelijk was dat haar dat redelijkerwijs niet kon worden verweten, werd zij niet-ontvankelijk verklaard in haar beroep. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het Hof binnen zes weken na dagtekening.
Uitkomst: Appellante wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar beroep wegens het ontbreken van een voorafgaand bezwaar tegen de beschikking.