ECLI:NL:OGEAA:2018:620

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
8 oktober 2018
Publicatiedatum
18 oktober 2018
Zaaknummer
AUA201703105
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 12 LarArt. 14 LarArt. 20 LarArt. 23 LarArt. 53a Lar
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken bezwaar tegen beschikking tijdelijke verblijfvergunning

Appellante verzocht om een vergunning tot tijdelijk verblijf om als inwonende dienstbode te werken, maar dit verzoek werd op 13 januari 2017 afgewezen door de Minister van Ruimtelijke Ontwikkeling, Infrastructuur en Integratie. Op 3 juli 2017 maakte de werkgeefster bezwaar tegen deze beschikking, maar appellante zelf maakte geen bezwaar. De minister verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk bij beschikking van 10 oktober 2017.

Appellante stelde op 17 november 2017 beroep in bij het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba. Tijdens de zitting van 23 april 2018 verschenen beide partijen. Het Gerecht overwoog dat op grond van artikel 23, eerste lid, van de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) alleen beroep kan worden ingesteld door degene die bezwaar heeft gemaakt tegen de beschikking. Volgens vaste rechtspraak kan een belanghebbende die geen bezwaar heeft gemaakt, niet-ontvankelijk worden verklaard.

Omdat appellante geen bezwaar had gemaakt en niet aannemelijk was dat haar dat redelijkerwijs niet kon worden verweten, werd zij niet-ontvankelijk verklaard in haar beroep. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het Hof binnen zes weken na dagtekening.

Uitkomst: Appellante wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar beroep wegens het ontbreken van een voorafgaand bezwaar tegen de beschikking.

Uitspraak

Uitspraak van 8 oktober 2018
Lar nr. AUA201703105
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
UITSPRAAK
op het beroep in de zin van de
Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van:
[appellante],
allen wondend in Aruba,
APPELLANTE,
procederend in persoon,
gericht tegen:
DE MINISTER VAN RUIMTELIJKE ONTWIKKELING, INFRASTRUCTUUR EN INTEGRATIE,
zetelend in Aruba,
VERWEERDER
gemachtigde: mr. G.M.N. Maduro (DIMAS).

1.PROCESVERLOOP

Op 3 juli 2017 heeft [X] (hierna: de werkgeefster) bezwaar gemaakt tegen de beschikking van verweerder van 13 januari 2017, waarbij het verzoek van appellante van 16 augustus 2016 om verlening van een vergunning tot tijdelijk verblijf om als inwonende dienstbode bij de werkgeefster werkzaam te zijn, is afgewezen.
Bij beschikking van 10 oktober 2017 heeft verweerder voornoemd bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de beschikking op bezwaar heeft appellante op 17 november 2017 beroep ingesteld bij dit gerecht.
De zaak is behandeld ter zitting van 23 april 2018, alwaar zijn verschenen appellante in persoon en verweerder bij zijn gemachtigde.
Vervolgens is uitspraak nader bepaald op heden.

2.OVERWEGINGEN

2.1
Ingevolge artikel 23, eerste lid van de Lar kan degene die rechtstreeks in zijn belang is getroffen door een op een bezwaarschrift genomen beslissing als bedoeld in de artikelen
12, eerste lid, 14, tweede lid, of 20 van de Lar, daartegen beroep instellen bij het Gerecht.
2.2
Volgens vaste rechtspraak van het GHvJ (onder meer GHvJ 18 juni 2009, ECLI:NL:OGHNAA:2009:3) vloeit uit artikel 23, eerste lid, van de Lar voort dat geen beroep bij het Gerecht kan worden ingesteld door een belanghebbende, aan wie redelijkerwijs kan worden verweten dat hij geen bezwaar heeft gemaakt. Appellante heeft tegen de beschikking van 13 januari 2017 geen bezwaar heeft gemaakt en niet is gebleken van feiten of omstandigheden die tot het oordeel leiden dat haar dat redelijkerwijs niet kan worden verweten. Zij dient reeds op grond daarvan niet-ontvankelijk te worden verklaard in haar beroep.

3.BESLISSING

De rechter in dit gerecht:
verklaart appellante niet-ontvankelijk in haar beroep.
Deze beslissing werd gegeven door mr. E.M.D. Angela, rechter in dit gerecht, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op maandag 8 oktober 2018, in aanwezigheid van de griffier.
Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het Hof (art. 53a LAR).
Het hoger beroep wordt ingesteld binnen zes weken na de dag waarop de beslissing op het beroep is gedagtekend. De instelling van het hoger beroep geschiedt door indiening bij de griffie van het Gerecht van een aan het Hof gericht beroepschrift (art. 53b LAR).