ECLI:NL:OGEAA:2018:602
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Beschikking
- A.H.M. van de Leur
- Rechtspraak.nl
Verlof tot tenuitvoerlegging arbitraal vonnis tegen PDVSA in Aruba zonder zekerheidstelling
PPV Petroleum Company Venezuela Limited en ConocoPhillips Petrozuata B.V. hebben bij het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba verlof gevraagd om een arbitraal vonnis van de Internationale Kamer van Koophandel (ICC) tegen PDVSA c.s. in Aruba ten uitvoer te leggen zonder verplichting tot zekerheidstelling. Het arbitraal vonnis, gewezen op 24 april 2018 en aangepast op 19 juli 2018, veroordeelde PDVSA c.s. tot betaling van bijna 2 miljard Amerikaanse dollar plus rente.
PDVSA c.s. heeft afstand gedaan van verweer en erkent de geldigheid en uitvoerbaarheid van het arbitraal vonnis binnen de jurisdictie van Aruba. Het Gerecht oordeelt dat het Verdrag van New York van toepassing is op de erkenning en tenuitvoerlegging van dit vonnis in Aruba, omdat het vonnis in een andere Verdragsluitende Staat is gewezen.
Het Gerecht stelt vast bevoegd te zijn om over het verzoek te oordelen en constateert dat er geen gronden zijn om de erkenning en tenuitvoerlegging te weigeren. Gelet op de positieve proceshouding van PDVSA c.s. en de juiste waarmerking van de stukken, wordt het verzoek toegewezen. De proceskosten worden gecompenseerd, zodat partijen ieder hun eigen kosten dragen.
Uitkomst: Verlof verleend om het arbitraal vonnis tegen PDVSA in Aruba zonder zekerheidstelling ten uitvoer te leggen met proceskostencompensatie.