ECLI:NL:OGEAA:2017:720
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken actueel belang bij vergunning tijdelijk verblijf
Appellant sub 1 verzocht om een vergunning tot tijdelijk verblijf om als inwonende huisknecht bij appellant sub 2 werkzaam te zijn. Dit verzoek werd door de minister van Ruimtelijke Ontwikkeling, Infrastructuur en Integratie afgewezen. Appellanten maakten bezwaar, dat niet-ontvankelijk werd verklaard, waarna zij beroep instelden bij het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba.
Tijdens de procedure stelde appellant sub 1 dat hij belang had bij het beroep omdat de rechtmatigheid van zijn verblijf van belang zou zijn voor toekomstige aanvragen voor verblijfvergunningen en naturalisatie. Appellant sub 2 stelde belang omdat hij leges had voldaan voor het verzoek tot vergunning voor appellant sub 1.
Het Gerecht oordeelde echter dat appellanten niet aannemelijk hadden gemaakt dat zij nog belang hadden bij het beroep. Appellant sub 1 had niet onderbouwd dat hij gedurende de relevante periode rechtmatig verblijf had gehad, en appellant sub 2 had niet aannemelijk gemaakt belang te hebben bij de beoordeling van de rechtmatigheid van de weigering.
Daarom verklaarde het Gerecht het beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter W.C.E. Winfield op 18 september 2017. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het Hof binnen zes weken na dagtekening.
Uitkomst: Het beroep van appellanten wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van belang.