ECLI:NL:OGEAA:2017:709
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tijdelijke verblijfsvergunning
Verzoekster, een Australische nationaliteit, had een aanvraag gedaan voor een vergunning tot tijdelijk verblijf om bij haar dochter te verblijven. Deze aanvraag werd op 14 juli 2017 door de minister afgewezen. Verzoekster maakte hiertegen bezwaar en vroeg het gerecht om een voorlopige voorziening of schorsing van de afwijzende beschikking.
Het gerecht overwoog dat reeds op 5 juli 2017 een voorlopige voorziening was getroffen waarbij verzoekster werd behandeld alsof zij in het bezit was van een geldige vergunning tot tijdelijk verblijf totdat op het bezwaar werd beslist. Omdat de minister nog niet op het bezwaar had beslist, bleef deze voorlopige voorziening van kracht.
Daarom zag het gerecht geen spoedeisend belang voor het verzoek tot schorsing of een nieuwe voorlopige voorziening. Het verzoek werd dan ook als evident niet voor inwilliging vatbaar beoordeeld en afgewezen.
De uitspraak werd gedaan door rechter W.C.E. Winfield op 11 september 2017 tijdens een openbare zitting in het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba.
Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van de afwijzende beschikking werd afgewezen omdat reeds een voorlopige voorziening van kracht was.