ECLI:NL:OGEAA:2017:673
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Hoger beroep
- M.E.B. de Haseth
- Rechtspraak.nl
Beoordeling precariovergunning en bezwaar tegen factuur voor innemen openbare grond
Appellant maakte bezwaar tegen een factuur van de minister voor het innemen van 80 m² strandgrond voor het verhuren van watersportmaterialen. Verweerder stelde dat het ging om het uitstallen van ter verkoop aangeboden goederen, waarvoor een hogere precario wordt geheven. Het gerecht oordeelt dat verkopen en verhuren verschillende activiteiten zijn en dat appellant terecht geen verkoopactiviteiten verricht.
Het gerecht verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep voor zover het gericht is tegen het uitblijven van een beslissing op het bezwaar tegen de factuur, omdat dit onder de belastingrechter valt. Voor het overige verklaart het beroep gegrond, omdat de verleende vergunning niet de locatie betreft waar appellant zijn activiteiten uitvoerde en onvoldoende is gemotiveerd.
De fictieve afwijzing van het bezwaar wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen binnen drie maanden een nieuwe beslissing te nemen. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten en teruggave van een bedrag aan appellant.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de fictieve afwijzing van het bezwaar vernietigd en verweerder wordt opgedragen binnen drie maanden een nieuwe beslissing te nemen.