ECLI:NL:OGEAA:2017:579

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
3 juli 2017
Publicatiedatum
12 juli 2017
Zaaknummer
LAR nr. AUA201701150
Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 54 Lar
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij bezwaar tegen weigering tijdelijke verblijfsvergunning

Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een tijdelijke verblijfsvergunning om als huishoudelijk personeel op Aruba te verblijven. Zij verzocht het gerecht om schorsing van deze beschikking of het treffen van een voorlopige voorziening.

Het gerecht overwoog dat op grond van artikel 54 van Pro de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) schorsing of voorlopige voorziening alleen kan worden verleend indien de uitvoering van de beschikking een onevenredig nadeel oplevert en er sprake is van een spoedeisend belang.

In deze zaak bleek niet dat verzoekster op korte termijn bestuurlijke handhaving, zoals verwijdering, te wachten stond. Het verzoek om schorsing was dan ook evident niet voor toewijzing vatbaar. Daarom wees het gerecht het verzoek af.

De uitspraak werd gedaan door rechter Winfield op 3 juli 2017 tijdens een openbare zitting.

Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van de beschikking tot weigering van de tijdelijke verblijfsvergunning is afgewezen wegens ontbreken van een spoedeisend belang.

Uitspraak

Uitspraak van 3 juli 2017
LAR nr. AUA201701150
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
UITSPRAAK
op het verzoek in de zin van artikel 54 van Pro de
Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van:
[verzoekster],
wonende in Aruba,
VERZOEKSTER,
procederend in persoon,
gericht tegen:
DE MINISTER VAN RUIMTELIJKE ONTWIKKELING, INFRASTRUCTUUR EN INTEGRATIE,
zetelend in Aruba,
VERWEERDER.

1.PROCESVERLOOP

Bij beschikking van 24 april 2017 heeft verweerder afwijzend beschikt op de aanvraag van verzoekster om een vergunning tot tijdelijk verblijf om als huishoudelijk personeel werkzaam te zijn en op Aruba te verblijven.
Hiertegen heeft verzoekster op 5 juni 2017 bij verweerder bezwaar gemaakt.
Op dezelfde datum heeft zij zich tot het gerecht gewend met het verzoek tot schorsing van de bestreden beschikking dan wel het treffen van een voorlopige voorziening.
Uitspraak is bepaald op heden.

2.OVERWEGINGEN

2.1
Ingevolge artikel 54, eerste lid, van de Lar, kan, indien krachtens deze landsverordening een bezwaar- of beroepschrift aanhangig is, de indiener daarvan aan het gerecht verzoeken om de bestreden beschikking onderscheidenlijk beslissing op het bezwaarschrift te schorsen op grond, dat de uitvoering daarvan voor betrokkene een onevenredig nadeel met zich zou brengen in verhouding tot het door een onmiddellijke uitvoering daarvan te dienen belang.
Ingevolge het tweede lid van genoemd artikel kan ter voorkoming van nadeel als bedoeld in het eerste lid, op het verzoek van genoemde indiener ook een voorlopige voorziening worden getroffen.
2.2
Hoewel de Lar daarvoor geen uitdrukkelijke grondslag biedt, brengt een redelijke wetstoepassing mee dat in bepaalde gevallen uitspraak op een verzoek om een voorlopige voorziening kan worden gedaan, zonder dat partijen tevoren ter zitting zijn gehoord. Daarvoor kan aanleiding bestaan, indien onverwijlde spoed dit vereist, alsmede in het geval dat het verzoek evident niet-ontvankelijk of niet voor inwilliging vatbaar is, dan wel het verzoek blijk geeft van misbruik van procesrecht.
2.3
Naar het oordeel van het gerecht is het verzoek evident niet voor inwilliging vatbaar. Daartoe wordt overwogen dat vooralsnog niet is gebleken dat verzoekster een voldoende spoedeisend belang heeft bij de door haar verlangde schorsing/voorlopige voorziening. Uit het verzoekschrift blijkt immers dat zij beoogt te bewerkstelligen dat zij de beslissing op het door haar ingediende bezwaarschrift hier te lande mag afwachten. Gesteld noch gebleken is evenwel dat, als gevolg van de bestreden beschikking, ten aanzien van haar verblijf hier te lande op korte termijn bestuurlijke handhaving (door middel van verwijdering of anderszins) dreigt. Bij afwezigheid van een dergelijke dreiging is voor toepassing van artikel 54 van Pro de Lar, zoals door verzoeker verzocht, geen plaats.
2.4
Beslist wordt als volgt.

3.BESLISSING

De rechter in dit gerecht:
wijst het verzoek af.
Deze beslissing is gegeven door mr. W.C.E. Winfield, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 juli 2017 in aanwezigheid van de griffier.