ECLI:NL:OGEAA:2016:8

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
5 januari 2016
Publicatiedatum
7 januari 2016
Zaaknummer
EJ. nr. 1781 van 2015
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:26 BW
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot erkenning buitenlandse notariële akte inzake voogdij minderjarige

De vader heeft bij het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba een verzoek ingediend tot erkenning van een notariële akte uit de Dominicaanse Republiek, waarin de moeder een machtiging verleent aan de vader om namens de minderjarige op te treden. De minderjarige, geboren in 2000, verblijft sinds 2012 in Aruba zonder verblijfstitel. De moeder is niet verschenen tijdens de mondelinge behandeling.

De akte dateert van 15 juni 2015 en betreft een machtiging voor de vader om onder meer beslissingen te nemen over schoolgang, medische zorg en terugkeer naar het geboorteland van de minderjarige. Het verzoek richt zich op erkenning van deze akte als een regeling omtrent voogdij.

Het gerecht overweegt dat op grond van artikel 1:26 BW Pro alleen akten die vatbaar zijn voor opname in het burgerlijk register erkend kunnen worden. Omdat registers geen informatie bevatten over voogdij of gezag, is de overgelegde akte niet vatbaar voor opname. Daarom wordt het verzoek afgewezen.

Uitkomst: Het verzoek tot erkenning van de buitenlandse notariële akte inzake voogdij wordt afgewezen.

Uitspraak

Beschikking van 5 januari 2016
Behorend bij EJ. nr. 1781 van 2015
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING
op verzoek van:
X,
wonende in Aruba, [adres],
VERZOEKSTER, hierna: de vader,
procederend in persoon.
Belanghebbenden:
Y, de minderjarige, wonende in Aruba,
Z, de moeder, wonende in de Dominicaanse Republiek.

1.DE PROCEDURE

De procedure blijkt uit:
  • het verzoekschrift met producties, ingediend op 14 augustus 2015;
  • de griffiersaantekeningen van de mondelinge behandeling van 17 november 2015, waaruit blijkt dat de vader in persoon is verschenen. De moeder, is, ondanks daartoe behoorlijk te zijn opgeroepen, niet verschenen.
De uitspraak is bepaald op heden.

2.DE FEITEN

2.1
Uit de moeder is op [datum] 2000 in de Dominicaanse Republiek geboren Y (hierna: de minderjarige). De minderjarige is erkend.
2.2
Op 15 juni 2015 heeft de moeder ten overstaan van de notaris A in de Dominicaanse Republiek bij notariële akte verklaard dat zij machtiging geeft aan de vader om al hetgene voor de minderjarige te doen, zoals haar naar school te sturen, naar de dokter te brengen en haar naar haar geboorteland terug te sturen indien dit noodzakelijk is.
2.3
De minderjarige verblijft sinds 12 december 2012 in Aruba. De minderjarige heeft geen verblijfstitel.

3.HET VERZOEK

Het verzoek strekt - naar het gerecht begrijpt - tot erkenning van voornoemde notariële akte d.d. 15 juni 2015, waarbij volgens de vader de voogdij over de minderjarige is geregeld.

4.DE BEOORDELING

4.1
Op grond van artikel 1:26 BW Pro kan het gerecht een verklaring voor recht afgeven dat een buiten Aruba opgemaakte akte overeenkomstig plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie is opgemaakt of gedaan, en naar zijn aard vatbaar is voor opneming in een register van de burgerlijke stand.
4.2
De overgelegde akte is naar zijn aard niet vatbaar voor opneming in een register van de burgerlijke stand, aangezien die registers geen informatie omtrent “voogdij of gezag” ten aanzien van minderjarigen bevatten. Het verzoek is daarom niet toewijsbaar.

5.DE BESLISSING

Het gerecht:
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. W.C.E. Winfield, rechter in dit gerecht, en in het openbaar uitgesproken ter terechtzitting van 5 januari 2016 in tegenwoordigheid van de griffier.