ECLI:NL:OGEAA:2016:764

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
1 november 2016
Publicatiedatum
29 november 2016
Zaaknummer
EJ. nr. 1168 van 2016
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:26 BWArt. 1:253r BW
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Benoeming tot voogdes over minderjarige na buitenlandse voogdijoverdracht

De minderjarige, geboren in 1999 in de Dominicaanse Republiek, staat niet geregistreerd in het bevolkingsregister van Aruba. Bij een uitspraak van de Dominicaanse rechter in 2007 is de voogdij over de minderjarige overgedragen aan verzoekster, zodat zij samen in Aruba kunnen wonen.

Verzoekster vraagt primair om een verklaring ex artikel 1:26 BW Pro dat de buitenlandse uitspraak geschikt is voor opname in het Arubaans burgerlijk register, en subsidiair om benoeming tot voogdes. Het gerecht oordeelt dat de uitspraak niet geschikt is voor opname in het register, omdat dit geen gezagsinformatie bevat, en wijst het primaire verzoek af.

Het subsidiaire verzoek wordt toegewezen omdat de ouders tijdelijk niet in staat zijn het gezag uit te oefenen, verzoekster het gezag wil voeren en het belang van de minderjarige zich niet tegen de benoeming verzet. De voogdij wordt conform artikel 1:253r BW aan verzoekster toegekend.

Uitkomst: Verzoekster wordt benoemd tot voogdes over de minderjarige, het primaire verzoek tot verklaring ex artikel 1:26 BW wordt afgewezen.

Uitspraak

Beschikking van 1 november 2016
behorend bij EJ. nr. 1168 van 2016
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING
op het verzoek van
[verzoekster],
wonende in Aruba,
VERZOEKSTER,
procederend in persoon.
Belanghebbende:
[de minderjarige],de minderjarige,
[de moeder], de moeder,
[de vader], de vader,
DE AMBTENAAR VAN DE BURGERLIJKE STAND,gevestigd in Aruba.

1.DE PROCEDURE

De procedure blijkt uit:
  • het verzoekschrift, ingediend op 26 mei 2016;
  • het advies van de ambtenaar van de burgerlijke stand, gefaxt naar de griffie van dit gerecht op 19 september 2016;
  • de griffiersaantekeningen van de mondelinge behandeling van 20 september 2016, waaruit blijkt dat zijn verschenen verzoekster in persoon en de Ambtenaar van de Burgerlijke Stand bij mr. J.M.A.M. Ponsioen.
De uitspraak is bepaald op heden.

2.DE FEITEN

2.1
Op [datum] 1999 is in de Dominicaanse republiek geboren de thans nog minderjarige [de minderjarige] (hierna: de minderjarige), uit de vrouw [de moeder] (hierna: de moeder).
2.2
De minderjarige staat niet geregistreerd in het bevolkingsregister van Aruba.
2.3
Voor zover hier van belang heeft de (Dominicaanse) rechter, bij uitspraak van de
Sala Civil del Tribunal de Niños, Niñas y Adolescentes del Distrito Judicial de Santo Domingovan 27 december 2007, goedgekeurd de overeenkomst van 23 oktober 2007 tussen verzoekster en de ouders, waarbij de ouders de voogdij (
la guarda) over de minderjarige heeft overgedragen aan verzoekster, opdat verzoekster en de minderjarige samen in Aruba kunnen wonen.

3.HET VERZOEK

Het verzoek strekt - naar het gerecht begrijpt – primair tot afgifte van een verklaring als bedoeld in artikel 1:26 van Pro het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) ter zake van voornoemde uitspraak van 27 december 2007 en subsidiair tot benoeming van verzoekster tot voogdes over de minderjarige.

4.DE BEOORDELING

4.1
Op grond van artikel 1:26 BW Pro kan het gerecht een verklaring voor recht afgeven dat een buiten Aruba gedane uitspraak overeenkomstig plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie is opgemaakt of gedaan, en naar zijn aard vatbaar is voor opneming in een register van de burgerlijke stand.
4.2
Voornoemde uitspraak van 27 december 2007 is naar zijn aard niet vatbaar voor opneming in een register van de burgerlijke stand, aangezien die registers geen informatie omtrent gezag over minderjarigen bevatten. Het primaire verzoek dient derhalve te worden afgewezen.
4.3
Wat betreft het subsidiaire verzoek van de verzoekster om tot voogdes te worden benoemd, overweegt het gerecht dat uit hetgeen de verzoekster heeft aangevoerd – hetgeen steun vindt in de uitspraak van 27 december 2007 – volgt dat de ouders al dan niet tijdelijk in de onmogelijkheid verkeren het gezag over de minderjarige uit te voeren. In het gezag over de minderjarige dient dan ook te worden voorzien. Nu het belang van de minderjarige zich niet tegen de verzochte voogdijbenoeming verzet, de ouders het er kennelijk over eens zijn dat de minderjarige bij verzoekster in Aruba zal blijven wonen en ook overigens van bezwaren daartegen niet zijn gebleken, ziet het gerecht aanleiding om met toepassing van artikel 1:253r van het BW het verzoek toe te wijzen.

5.DE BESLISSING

Het gerecht:
benoemt [verzoekster] tot voogdes over [de minderjarige], geboren op [datum] 1999 in de Dominicaanse Republiek,
wijst af hetgeen meer of anders is verzocht.
Deze beschikking is gegeven door mr. W.C.E. Winfield, rechter in dit gerecht en in het openbaar uitgesproken ter terechtzitting van dinsdag 1 november 2016 in tegenwoordigheid van de griffier.