ECLI:NL:OGEAA:2016:762

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
1 november 2016
Publicatiedatum
29 november 2016
Zaaknummer
EJ nr. 2346 van 2015
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:266 BWAArt. 1:267 BWAArt. 1:268 lid 2 BWA
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontheffing moeder uit ouderlijk gezag en benoeming grootmoeder tot voogdes over minderjarigen

Verzoekster, de grootmoeder van moederszijde, verzocht om ontheffing van de moeder uit het ouderlijk gezag over haar twee minderjarige kleinkinderen, geboren in de Dominicaanse Republiek. De moeder oefende het gezag alleen uit maar was sinds 2013 uit Aruba verwijderd met een terugkeerverbod. De minderjarigen woonden sinds 2009 bij verzoekster.

De Voogdijraad bracht een rapport uit waarin werd geconcludeerd dat de moeder ongeschikt en onmachtig was haar opvoedingsplicht te vervullen en dat de minderjarigen bij verzoekster stabiliteit en toekomstperspectief genieten. De moeder verzette zich niet tegen het verzoek tot ontheffing.

Het gerecht oordeelde dat, hoewel het verzoek formeel niet door verzoekster kon worden ingediend, uit proceseconomische overwegingen op het verzoek werd beslist. De moeder werd ontheven uit het gezag en verzoekster benoemd tot voogdes. De proceskosten werden gecompenseerd zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.

Uitkomst: De moeder is ontheven uit het ouderlijk gezag en de grootmoeder benoemd tot voogdes over de minderjarigen.

Uitspraak

Beschikking van 1 november 2016
Behorend bij EJ nr. 2346 van 2015
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING
op het verzoek van:
[verzoekster],
wonende in Aruba,
VERZOEKSTER,
de gemachtigde: de advocaat mr. G.L. Griffith,
tegen
[de moeder],
wonende in Aruba,
VERWEERSTER, hierna: de moeder,
niet verschenen.
Belanghebbenden:
[de minderjarige 1],
[de minderjarige 2],
de minderjarigen,
[de vader], de vader van [de minderjarige 1],
de Voogdijraad.

1.DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het verzoekschrift, ingediend op 8 oktober 2015;
  • het verhoor van de minderjarige [de minderjarige 1] op 3 februari 2016;
  • de griffiersaantekeningen van de mondelinge behandeling van 9 februari 2016, waaruit blijkt dat zijn verschenen verzoekster in persoon bijgestaan door haar gemachtigde en de Voogdijraad bij mr. M. Ras;
  • het rapport van de Voogdijraad, ingediend op 24 mei 2016;
  • de griffiersaantekeningen van de voortzetting van de behandeling van 20 september 2016, waaruit blijkt dat zijn verschenen verzoekster in persoon bijgestaan door haar gemachtigde en de Voogdijraad bij mevrouw D. Lejuez;
De uitspraak is nader bepaald op heden.

2.DE FEITEN

2.1
Uit de moeder zijn geboren, [de minderjarige 1] op [datum] 2003 in de Dominicaanse Republiek en [de minderjarige 2] op [datum] 2009 in de Dominicaanse Republiek (hierna de minderjarigen). De minderjarige [de minderjarige 1] is door de vader erkend. De moeder oefent van rechtswege het gezag over de minderjarigen alleen uit.
2.2
De moeder is op [datum] 2013 uit Aruba verwijderd. Aan de moeder is een terugkeerverbod opgelegd van vierenvijftig maanden. De minderjarigen wonen sinds 2009 bij verzoekster, grootmoeder moederszijde.

3.HET VERZOEK

3.1
Het verzoek strekt tot ontheffing, dan wel ontzetting van de moeder uit het ouderlijk gezag over de minderjarigen met benoeming van verzoekster tot voogdes. Tevens verzoekt verzoekster toestemming om kosteloos te procederen.
3.2
In haar rapport van 13 mei 2016 verzoekt de Voogdijraad om de moeder uit het ouderlijk gezag te ontheffen met benoeming van verzoekster tot voogdes.

4.DE BEOORDELING

4.1
Op grond van artikel 1:267 van Pro het BWA kan de rechter – op verzoek van de Voogdijraad of op vordering van het openbaar ministerie – een ouder van het gezag over een of meer van zijn kinderen ontheffen, op grond dat hij ongeschikt of onmachtig is zijn plicht tot verzorging en opvoeding te vervullen, mits het belang van de kinderen zich daar niet tegen verzet. Een ontheffing kan niet worden uitgesproken indien de ouder zich daartegen verzet, tenzij zich één van de uitzonderingen, genoemd in artikel 1:268 lid 2 BWA Pro, voordoet.
4.2
In het rapport van 13 mei 2016 van de Voogdijraad staat voor zover hier van belang, het volgende.
De minderjarigen worden sinds 2009 door verzoekster verzorgd en opgevoed. De moeder oefent feitelijk haar gezag niet uit en heeft bewust ervoor gekozen de zorg en opvoeding over te laten aan verzoekster. Uit onderzoek is gebleken dat de minderjarigen zich bij verzoekster goed ontwikkelen. De minderjarigen genieten daar stabiliteit en continuïteit in hun opvoeding en hebben daar duidelijk toekomstperspectief. De moeder heeft beaamd dat zij momenteel de opvoeding van de minderjarigen niet aan kan en dat het in het belang van de minderjarigen is om verzoekster te benoemen tot voogdes. Verder heeft de vader van de minderjarige [de minderjarige 1] afstand gedaan van zijn taken als opvoeder en wenst verder niet betrokken te zijn in het leven van de minderjarige. Aangezien het onderzoek aantoont dat de moeder ongeschikt en onmachtig is, verzoekt de Voogdijraad in haar rapport de moeder te ontheffen uit het ouderlijk gezag en om verzoekster te belasten met de voogdij over de minderjarigen. Verzoekster is daartoe bereid.
4.3
Het verzoek van verzoekster tot ontheffing van de moeder uit het gezag is niet voor toewijzing vatbaar, aangezien een daartoe strekkend verzoek, behoudens hier niet van toepassing zijnde uitzonderingen, slechts kan worden ingediend door de Voogdijraad en het Openbaar Ministerie. Het gerecht is, gelet op de bevindingen neergelegd in het rapport van de Voogdijraad van 13 mei 2016, evenwel van oordeel dat de moeder ongeschikt en/of onmachtig is haar plicht tot verzorging en opvoeding van de minderjarige te vervullen en er dus grond voor ontheffing bestaat. Nu in het rapport van de Voogdijraad tevens een verzoek tot ontheffing is vervat, ziet het gerecht aanleiding om, uit proceseconomische overwegingen, thans tevens op dit verzoek te beslissen. Nu de moeder heeft verklaard bereid te zijn haar ouderlijk gezag over de minderjarige af te staan, en zich dus niet verzet tegen de door de Voogdijraad verzochte ontheffing, zal het gerecht, met toepassing van artikel 1:266 BWA Pro, de moeder van het ouderlijk gezag ontheffen en verzoekster tot voogdes over de minderjarige benoemen.
4.4
Het gerecht ziet voorts in de aard van de procedure en de familierechtelijke betrekkingen tussen partijen aanleiding om de proceskosten te compenseren, in die zin dat elke partij de eigen kosten draagt.

5.DE BESLISSING

Het gerecht:
verleent verzoekster toestemming om kosteloos te procederen,
ontheft de moeder [de moeder] van het ouderlijk gezag over de minderjarigen [de minderjarige 1], geboren op [datum] 2003 in de Dominicaanse Republiek en [de minderjarige 2], geboren op [datum] 2009 in de Dominicaanse Republiek,
benoemt [de verzoekster], grootmoeder moederszijde, tot voogdes over de minderjarigen voornoemd,
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad,
compenseert de proceskosten aldus dat ieder der partijen de eigen kosten draagt.
Aldus gegeven door mr. W.C.E. Winfield, rechter in dit gerecht, en in het openbaar uitgesproken ter zitting van 1 november 2016 in tegenwoordigheid van de griffier.