ECLI:NL:OGEAA:2016:695

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
11 oktober 2016
Publicatiedatum
19 oktober 2016
Zaaknummer
EJ nr. 1048 van 2016
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253b BW Aruba
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Moeder belast met ouderlijk gezag over minderjarige dochter

Op 11 oktober 2016 heeft het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba een beschikking gegeven waarbij de moeder werd belast met het ouderlijk gezag over haar minderjarige dochter, geboren in 2011. De moeder was ten tijde van de geboorte minderjarig en daardoor onbevoegd het gezag uit te oefenen, waardoor de grootmoeder, tevens voogdes, was benoemd.

Nadat de moeder in 2015 meerderjarig werd, diende zij een verzoek in om met het ouderlijk gezag te worden belast. Tijdens de zitting op 30 augustus 2016 was de voogdes aanwezig en stemde in met het verzoek. Ook de Voogdijraad had geen bezwaren tegen het toekennen van het gezag aan de moeder.

Op grond van artikel 1:253b lid 3 van het Burgerlijk Wetboek van Aruba kan de bevoegde ouder het gerecht verzoeken met het gezag te worden belast, tenzij gegronde vrees bestaat dat de belangen van het kind worden verwaarloosd. Het gerecht oordeelde dat deze vrees niet bestond en wees het verzoek toe.

De moeder werd formeel belast met het ouderlijk gezag over haar dochter, waarmee de voogdij van de grootmoeder eindigde. Deze beslissing werd genomen door rechter W.C.E. Winfield in aanwezigheid van de griffier.

Uitkomst: De moeder wordt belast met het ouderlijk gezag over haar minderjarige dochter.

Uitspraak

Beschikking van 11 oktober 2016
behorend bij EJ nr. 1048 van 2016.
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING
op het verzoek van
[de moeder],
in Aruba,
VERZOEKSTER, de moeder,
procederend in persoon,
Belanghebbenden:
[de oma], de grootmoeder moederszijde, tevens voogdes,
[de minderjarige], de minderjarige.

1.DE PROCEDURE

De procedure blijkt uit:
  • het verzoekschrift, ingediend op 16 mei 2016;
  • de griffiersaantekeningen van de mondelinge behandeling van 30 augustus 2016,
waaruit blijkt dat zijn verschenen partijen in persoon. Namens de Voogdijraad was
was aanwezig mevrouw A. Flanders.
De uitspraak is bepaald op heden.

2.DE FEITEN

2.1
Op [geboortedatum] 2011 is uit de moeder geboren [de minderjarige]. Aangezien de moeder toentertijd minderjarig was en daardoor onbevoegd was het gezag uit te oefenen, is mevrouw [de oma] benoemd tot voogdes over [de minderjarige].
2.2
De moeder is op [datum] 2015 meerderjarig geworden, zodat zij bevoegd is het ouderlijk gezag uit te oefenen.

3.HET VERZOEK

Het verzoek strekt ertoe dat de moeder met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] wordt belast.

4.DE BEOORDELING

4.1
Op grond van artikel 1:253b lid 2 van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (BW) verkrijgt de moeder die ten tijde van haar bevalling onbevoegd was tot het gezag dit van rechtswege op het tijdstip waarop zij daartoe bevoegd wordt, tenzij op dat tijdstip een ander met het gezag is belast. Lid 3 van genoemd artikel opent voor de tot het gezag bevoegde ouder de mogelijkheid het gerecht te verzoeken haar met het gezag over het kind te belasten. Op grond van lid 5 van voornoemd artikel wordt, wanneer een voogd het gezag uitoefent, dit verzoek slechts afgewezen, indien gegronde vrees bestaat dat bij inwilliging de belangen van het kind zouden worden verwaarloosd.
4.2
De moeder is inmiddels meerderjarig, zodat zij bevoegd is het ouderlijk gezag uit te oefenen. Ter zitting heeft de voogdes ingestemd met het verzoek van de moeder. Ook de Voogdijraad heeft geen bezwaren geuit tegen het toekennen van het ouderlijk gezag aan de moeder.
4.3
Nu niet is gebleken dat er gegronde vrees bestaat dat bij inwilliging de belangen van het kind zouden worden verwaarloos, zal het verzoek worden toegewezen.

5.DE BESLISSING

Het gerecht:
belast de moeder [de moeder] met het ouderlijk gezag over haar dochter [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2011 in Aruba.
Deze beschikking is gegeven op 11 oktober 2016 door de rechter mr. W.C.E. Winfield in tegenwoordigheid van de griffier.