ECLI:NL:OGEAA:2016:473
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening bij weigering verlenging tijdelijke verblijfsvergunning
Verzoeker, van Filipijnse nationaliteit en woonachtig in Aruba, had een aanvraag tot verlenging van zijn tijdelijke verblijfsvergunning ingediend die door de minister van Ruimtelijke Ontwikkeling, Infrastructuur en Integratie is afgewezen. Verzoeker maakte bezwaar tegen deze beschikking, waarna hij beroep instelde tegen het uitblijven van een beslissing op dat bezwaar. Vervolgens verzocht hij het gerecht om een voorlopige voorziening.
Het gerecht oordeelde dat hoewel de minister inmiddels schriftelijk had bevestigd dat verzoeker de beslissing op zijn bezwaar kon afwachten en zijn werkzaamheden mocht voortzetten, er toch sprake was van een spoedeisend belang. Dit omdat verzoeker tijdens een recente arbeidscontrole te horen had gekregen dat hij niet mocht werken. De minister had geen bezwaar tegen het treffen van de voorlopige voorziening.
Daarom bepaalde het gerecht dat verzoeker gedurende de bezwaarprocedure wordt behandeld alsof hij in het bezit is van een geldige vergunning tot tijdelijk verblijf om in loondienst te werken bij zijn werkgever. Tevens werd het door verzoeker betaalde griffierecht terugbetaald. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken omdat daarvoor geen wettelijke grondslag bestaat in deze procedure.
Uitkomst: Verzoeker wordt gedurende de bezwaarprocedure behandeld alsof hij een geldige tijdelijke verblijfsvergunning bezit.