ECLI:NL:OGEAA:2016:374

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
25 april 2016
Publicatiedatum
15 juni 2016
Zaaknummer
LAR nr. 504 van 2016
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 54 LarLandsverordening administratieve rechtspraakLandsverordening algemene ziektekostenverzekering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in zaak weigering verblijfsvergunning

Verzoekster, van Cubaanse nationaliteit en woonachtig in Aruba, heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd. Dit bezwaar was nog niet beslist toen zij een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening indiende.

Het gerecht heeft beoordeeld of er sprake was van een spoedeisend belang dat een voorlopige voorziening rechtvaardigt. Uit de overwegingen blijkt dat verzoekster niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij met onmiddellijke verwijdering wordt bedreigd of dat zij door de afwijzing van de vergunning niet langer verzekerd is voor noodzakelijke medische zorg.

Gezien het ontbreken van een spoedeisend belang acht het gerecht het verzoek om een voorlopige voorziening niet ontvankelijk en wijst het verzoek af. De uitspraak werd gedaan op 25 april 2016 door rechter W.C.E. Winfield tijdens een openbare zitting.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.

Uitspraak

Uitspraak van 25 april 2016
LAR nr. 504 van 2016
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
UITSPRAAK
op het verzoek in de zin van artikel 54 van Pro de
Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van:
[verzoekster],
van Cubaanse nationaliteit,
wonende in Aruba,
VERZOEKSTER,
gemachtigde: mr. R.E.B. Gibbs,
gericht tegen:
[verweerder],
zetelend in Aruba,
VERWEERDER,
gemachtigde: mr. N.R. Sneek (DIMAS)

1.PROCESVERLOOP

Bij beschikking van 28 mei 2014 heeft verweerder afwijzend beschikt op de aanvraag van verzoekster om een vergunning tot verblijf voor onbepaalde tijd.
Hiertegen heeft verzoekster op 26 juni 2014 bezwaar gemaakt. Op dit bezwaar is (nog) niet beslist.
Op 10 maart 2016 heeft verzoekster zich tot het gerecht gewend met het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening.
De zaak is op 4 april 2016 behandeld ter zitting, alwaar zijn verschenen verzoekster bijgestaan door haar gemachtigde voornoemd, en verweerder bij gemachtigde.
Uitspraak is bepaald op heden.

2.OVERWEGINGEN

2.1
Ingevolge artikel 54, eerste lid, van de Lar, kan, indien krachtens deze landsverordening een bezwaar- of beroepschrift aanhangig is, de indiener daarvan aan het gerecht verzoeken om de bestreden beschikking onderscheidenlijk beslissing op het bezwaarschrift te schorsen op grond, dat de uitvoering daarvan voor betrokkene een onevenredig nadeel met zich zou brengen in verhouding tot het door een onmiddellijke uitvoering daarvan te dienen belang.
Ingevolge het tweede lid van genoemd artikel kan ter voorkoming van nadeel als bedoeld in het eerste lid, op het verzoek van genoemde indiener ook een voorlopige voorziening worden getroffen.
2.2
Niet is gebleken dat verzoekster een (voldoende) spoedeisend belang heeft bij het treffen van een voorlopige voorziening. Het is niet aannemelijk geworden dat verzoekster met onmiddellijke verwijdering wordt bedreigd. Evenmin is aannemelijk geworden dat verzoekster door de enkele afwijzing van haar verzoek om een vergunning tot verblijf voor onbepaalde tijd thans niet meer wordt beschouwd als verzekerde op grond van de Landsverordening algemene ziektekostenverzekering (AZV) en deswege niet meer de noodzakelijke medische zorg ontvangt. Verzoekster heeft bij het onderhavige verzoek geen nadere omstandigheden aangevoerd waarmee aannemelijk is gemaakt dat er sprake is van een (ander) spoedeisend belang Onder deze omstandigheden acht het gerecht het verzoek om een voorlopige voorziening niet voor inwilliging vatbaar.
2.3
Dit betekent dat het verzoek wordt afgewezen.

3.BESLISSING

De rechter in dit gerecht:
wijst het verzoek af.
Deze beslissing is gegeven door mr. W.C.E. Winfield, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van maandag, 25 april 2016, in aanwezigheid van de griffier.