ECLI:NL:OGEAA:2015:535

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
1 december 2015
Publicatiedatum
4 december 2015
Zaaknummer
EJ nr. 100 van 2015
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot toewijzing ouderlijk gezag aan vader

De vader en moeder van de minderjarige hebben verzocht om wijziging van de voogdijbeschikking uit 2009, zodat de vader met het ouderlijk gezag wordt belast. De minderjarige is sinds de geboorte onder voogdij gesteld omdat beide ouders destijds minderjarig waren.

Tijdens de procedure heeft de moeder en de voogdes aangegeven niet meer achter het verzoek te staan en de huidige situatie te willen handhaven. Het rapport van de Voogdijraad concludeert dat de minderjarige goed wordt verzorgd door de voogdes, zich veilig voelt, en dat de vader zich kort na de geboorte in Frankrijk heeft gevestigd en zich nauwelijks om het kind heeft bekommerd.

Het gerecht hecht aan deze bevindingen doorslaggevende betekenis en oordeelt dat het niet in het belang van het kind is om het gezag aan de vader toe te wijzen. Daarom wordt het verzoek afgewezen.

Uitkomst: Het verzoek tot toewijzing van het ouderlijk gezag aan de vader wordt afgewezen.

Uitspraak

Beschikking van 1 december 2015
behorend bij EJ nr. 100 van 2015.
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING
op het verzoek van
[naam vader]en[naam moeder],
wonende in Aruba,
VERZOEKERS, hierna ook aan te duiden als de vader, respectievelijk de moeder,
procederend in persoon,
Belanghebbenden:
[naam], de voogdes,
[naam], de minderjarige.

1.DE PROCEDURE

De procedure blijkt uit:
  • het verzoekschrift, ingediend op 22 januari 2015;
  • de griffiersaantekeningen van de mondelinge behandeling achter gesloten deuren op
  • 10 maart 2015, waaruit blijkt dat de vader in persoon is verschenen, alsmede de vertegenwoordiger van de Voogdijraad; de moeder en de voogdes zijn niet verschenen.
  • het rapport van de Voogdijraad van 17 augustus 2015;
  • de griffiersaantekeningen van de mondelinge behandeling achter gesloten deuren op
20 oktober 2015, waaruit blijkt dat de moeder en voogdes in persoon zijn verschenen; Namens de Voogdijraad is aanwezig mevrouw [naam] en mevrouw [naam]. De vader is, ondanks daartoe behoorlijk te zijn opgeroepen, niet verschenen.
De uitspraak is .

2.DE FEITEN

Op [geboortedatum] is uit de moeder geboren [naam]. De vader heeft de minderjarige erkend. Aangezien de moeder en de vader toentertijd minderjarig waren en daardoor onbevoegd waren het gezag uit te oefenen, is bij beschikking van dit gerecht van 8 januari 2009 (EJ nr. 4104 van 2008) [naam] benoemd tot voogdes over de minderjarige.

3.HET VERZOEK

Het verzoek strekt tot wijziging van de beschikking van 8 januari 2009, in dier voege dat de vader met het ouderlijk gezag wordt belast.

4.DE BEOORDELING

4.1
De moeder en de vader zijn inmiddels meerderjarig, zodat zij bevoegd zijn het ouderlijk gezag uit te oefenen. Ter zitting hebben de moeder en de voogdes te kennen gegeven inmiddels niet meer achter het – mede door hen ondertekende – verzoek te staan en de bestaande situatie te willen handhaven.
4.2
Gezien het rapport van de Voogdijraad van 17 augustus 2015 acht het gerecht het niet in het belang van de minderjarige om wijziging te brengen in het over hem uit te oefenen gezag. Het gerecht hecht daarbij doorslaggevende betekenis aan de bevindingen van de Voogdijraad, inhoudende dat de minderjarige sedert zijn geboorte naar behoren door de voogdes wordt verzorgd en zich daar veilig voelt, de vader zich kort na de geboorte in Frankrijk heeft gevestigd en zich nadien nauwelijks om de minderjarige heeft bekommerd, en dat de vader onvoldoende duidelijkheid heeft weten te verschaffen over zijn woonsituatie in Frankrijk en zijn motieven om de minderjarige voortaan bij hem in Frankrijk op te voeden.
4.3
Dit betekent dat het verzoek dient te worden afgewezen.

5.DE BESLISSING

Het gerecht:
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven op 1 december 2015 door de rechter mr. W.C.E. Winfield in tegenwoordigheid van de griffier.