Uitspraak
Ministerie van onderwijs, cultuur en wetenschap, Dienst uitvoering onderwijs,
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
De Staat der Nederlanden vordert betaling van een openstaande studielening van gedaagde, die erkent de schuld maar voert verjaring en betwist de hoogte van de vordering. Het gerecht stelt vast dat eiseres de vordering voldoende heeft onderbouwd en dat gedaagde onvoldoende specifiek verweer heeft gevoerd tegen de hoogte van de schuld.
Verder oordeelt het gerecht dat gedaagde zijn adreswijziging niet heeft doorgegeven, waardoor de aanmaningen hem niet bereikten, en dat de verjaring derhalve is gestuit. Ook worden de buitengerechtelijke incassokosten toegewezen omdat deze daadwerkelijk zijn gemaakt.
De gevorderde rente op grond van artikel 6.8 van de Wet studiefinanciering 2000 wordt eveneens toegewezen. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van het hoofdbedrag, incassokosten, rente en de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van studielening, incassokosten en rente, en in proceskosten.