Uitspraak
HET GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN ARUBA
[Klaagster],
DE MINISTER VAN ONDERWIJS EN SPORT,
INLEIDING
OVERWEGINGEN
De feiten
“…dat de maximale functiewaardering naar analogie met de soortgelijke functie van administratief medewerker bij de Dienst Publieke Scholen op schaal 6 bepaald kan worden…”wijzen er veeleer op dat welbewust aansluiting is gezocht bij een bestaande waardering van een vergelijkbare functie, kennelijk vanwege het feit dat de functie van klaagster (nog) afzonderlijk was beschreven en gewaardeerd. Diezelfde bewoordingen worden gebruikt in de door klaagster genoemde beschikking van haar in schaal 6 benoemde collega. Het betoog van verweerder dat ook ten aanzien van die collega een vergissing is begaan, die vanwege het tijdsverloop echter bezwaarlijk meer ongedaan kan worden gemaakt, overtuigt het gerecht niet. Ter onderbouwing van zijn stelling dat de functie van klaagster wel degelijk op maximaal schaal 5 is gewaardeerd heeft verweerder uitsluitend een brief van de directeur van Departamento Recurso Humano (DRH) overgelegd, gericht aan het diensthoofd van de Dienst Publieke Scholen, gedateerd 29 juni 2019, waarin wordt medegedeeld dat de functie van administratief medewerker bij [school 3] is
hergewaardeerd(cursivering gerecht) op het maximale niveau van schaal 5. Uit deze brief, die verder geen beschrijving van deze functie bevat, kan niet worden afgeleid dat de mededeling in de benoemingsbeschikking van 25 augustus 2017 van klaagster omtrent de waardering van haar functie op maximaal schaal 6 kennelijk onjuist was. Dit betekent dat klaagster erop mocht vertrouwen dat die mededeling correct was en dat zij aanspraak kon maken op bevordering naar schaal 6, als zij aan de daarvoor genoemde voorwaarden zou voldoen. Dit betekent dat zowel bestreden beschikking 1 als bestreden beschikking 2 niet in stand kunnen blijven.
CONCLUSIE EN GEVOLGEN
BESLISSING
binnen 30 dagen:
- als de indiener van het hoger beroep of zijn gemachtigde bij de uitspraak aanwezig is geweest: binnen 30 dagen na de dag van de uitspraak;
- in de andere gevallen: binnen 30 dagen na de dag van de toezending of de terhandstelling van een afschrift van de uitspraak.
- het hoger beroepschrift indienen in tweevoud;
- een afschrift van deze uitspraak bijvoegen;
- vermelden waarom hij het niet eens is met de uitspraak (hoger beroepsgronden).