ECLI:NL:OGAACMB:2025:50
Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek eervol ontslag op grond van vrijwillige uitdiensttreding wegens continuïteitsschade
Appellant, werkzaam als chef facilitaire diensten bij de Dienst Sociale Zaken (DSZ), verzocht op 21 juni 2022 om eervol ontslag op grond van de Landsverordening vrijwillige uitdiensttreding (Lvut). Dit verzoek werd bij beschikking van 14 september 2022 afgewezen vanwege de negatieve kwalitatieve en kwantitatieve gevolgen voor de bezetting van DSZ. Appellant maakte bezwaar, dat eveneens ongegrond werd verklaard op 18 september 2023.
Appellant stelde dat de beslissing in strijd was met het gelijkheidsbeginsel omdat andere medewerkers met vergelijkbare functies en opleidingen wel eervol ontslag hadden gekregen. Tevens klaagde hij over het ontbreken van een hoorzitting door de bezwaaradviescommissie. Het gerecht oordeelde dat ondanks het ontbreken van het advies van de bezwaaradviescommissie, appellant voldoende gelegenheid tot horen had gekregen via gesprekken met de directrice DSZ en medewerkers van DRH.
De beoordeling van het verzoek werd getoetst aan de criteria van de Lvut, waarbij de continuïteit van de dienstverlening en de financiële situatie van het Land centraal stonden. Het gerecht vond dat verweerder terecht het verzoek had afgewezen omdat het ontslag van appellant de continuïteit onevenredig zou schaden en er geen financiële middelen beschikbaar zijn voor vervanging. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel werd verworpen omdat de situatie en financiële omstandigheden per vut-periode verschillen.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Appellant kan binnen zes weken hoger beroep instellen bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek om eervol ontslag wordt ongegrond verklaard.