Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
[Klager],
DE GOUVERNEUR VAN ARUBA,
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Het wettelijk kader
- dat betrokkene verdacht wordt van overtreding van artikel 2:299 Wetboek Pro van Strafrecht van Aruba, verduistering in dienstbetrekking, en artikel 2:351 Wetboek Pro van Strafrecht van Aruba, het aannemen van steekpenningen en het handelen in strijd met zijn dienstplicht;
- dat er een gevangenisstraf op deze feiten staat;
- dat de feiten als een ernstig misdrijf worden beschouwd;
- dat naar aanleiding daarvan een strafrechtelijk onderzoek tegen betrokkene is ingesteld;
- dat betrokkene op 10 april 2019, als verdachte van overtreding van deze feiten werd aangehouden en in verzekering werd gesteld;
- dat betrokkene op 18 april 2019 op vrije voeten werd gesteld;
- dat betrokkene met ingang van 18 april 2019 de toegang werd ontzegd tot de dienstlokalen, -gebouwen, -terreinen, -voertuigen en -vaartuigen in gebruik bij het Korps Politie Aruba, evenals het verblijf daarin voor de duur van maximaal zes (6) weken in verband met het tegen hem ingesteld strafrechtelijk onderzoek;
- overheidsgoederen te gebruiken ten bate van particuliere belangen van zichzelf of van derden (artikel 58 Lma Pro);
- een gift of een belofte daartoe van een derde aan te nemen, waarvan hij weet of redelijkerwijze moet vermoeden, dat deze gedaan wordt teneinde hem te bewegen in zijn bediening iets te doen of na te laten;
- een gift of een belofte daartoe van een derde te verzoeken, indien de derde uit de omstandigheden, waaronder het verzoek wordt gedaan, redelijkerwijze moet begrijpen, dat de ambtenaar zich zal laten bewegen in zijn bediening iets te doen of na te laten ingeval het verzoek wordt ingewilligd (artikel 59 van Pro de Lma);
- schending geheimhouding van hetgeen hem in zijn ambt is ter kennis gekomen, voor zover die verplichting uit de aard der zaak volgt of hem uitdrukkelijk is opgelegd. (artikel 62 Lma Pro).
BESLISSING
- Als de indiener van het hoger beroep of zijn gemachtigde bij de uitspraak aanwezig is geweest: Binnen dertig dagen na de dag van de uitspraak;
- In de andere gevallen: Binnen dertig dagen na de dag van de toezending of de terhandstelling van een afschrift van de uitspraak.