Uitspraak
GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN CURAÇAO
[klager],
de Regering van Curaçao,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
verklaarthet bezwaar
ongegrond.
Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Klager, een aspirant-kommies in opleiding bij de Douane Curaçao, werd ontslagen op grond van ernstig plichtsverzuim. Hij ontkende de beschuldigingen en stelde dat het ontslag disproportioneel was en dat het zorgvuldigheidsbeginsel en hoor en wederhoor waren geschonden. Verweerster stelde dat overtuigend bewijs, waaronder getuigenverklaringen, het plichtsverzuim aantoonde.
Het Gerecht overwoog dat het ambtenarentuchtrecht niet draait om strafrechtelijke veroordelingen maar om deugdelijk vastgestelde feiten omtrent plichtsverzuim. De verklaringen waren eenparig en geloofwaardig, terwijl de tegenbewijs van klager onvoldoende was. Het Gerecht verwierp ook de stelling dat het OM niet vervolgd had en dat het ontslag disproportioneel was.
Verder werd geoordeeld dat het zorgvuldigheidsbeginsel niet was geschonden en dat de tijd tussen klacht en ontslag niet onredelijk lang was, mede doordat klager geschorst was en zijn opleiding niet had voortgezet. Omdat klager zich gedurende de opleiding ongeschikt had getoond, was een verbeterkans niet zinvol. Het bezwaar werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het ontslag van de aspirant-kommies wegens ernstig plichtsverzuim wordt ongegrond verklaard.