Uitspraak
GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN CURAÇAO
[klaagster],
de minister van Justitie,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
verklaarthet bezwaar
ongegrond.
Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Klaagster verzocht op 5 juni 2015 om incorporatie van een door haar genoten toelage in haar bezoldiging, welke door verweerder bij besluit van 12 december 2016 werd afgewezen. Klaagster maakte bezwaar tegen dit besluit en stelde dat het besluit onrechtmatig en onvoldoende gemotiveerd was, en dat het gelijkheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel waren geschonden.
Het Gerecht overwoog dat op grond van het landsbesluit de minister een toelage kan toekennen die maximaal 25% van de bezoldiging bedraagt, maar dat geen wettelijke grondslag bestaat voor incorporatie van deze toelage in de bezoldiging. Verder werd geoordeeld dat eerdere uitspraken waarop klaagster zich beroept niet relevant zijn vanwege verschillen in wetgeving tussen Aruba en Curaçao, en dat recente jurisprudentie bevestigt dat geen recht op incorporatie bestaat.
Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel werd verworpen omdat geen toezegging was gedaan door verweerder. Het Gerecht verklaarde het bezwaar ongegrond en zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De uitspraak werd op 2 augustus 2019 in het openbaar gedaan door rechter N.M. Martinez.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de afwijzing van het verzoek tot incorporatie van de toelage in de bezoldiging wordt ongegrond verklaard.