ECLI:NL:OGAACMB:2018:8
Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging disciplinaire straf wegens te zware sanctie bij ernstig plichtsverzuim douaneambtenaar
Klager, een douaneambtenaar, werd door de Gouverneur van Aruba gestraft met terugzetting in rang en vermindering van bezoldiging wegens ernstig plichtsverzuim. Dit plichtsverzuim hield verband met het niet fysiek aanwezig zijn bij het openen van containers die onder streng toezicht moesten staan, terwijl hij wel toestemming gaf om een container te openen.
Klager maakte bezwaar tegen deze disciplinaire straf en betwistte dat zijn handelen ernstig plichtsverzuim opleverde. Het gerecht stelde vast dat het bezwaarschrift tijdig was ingediend en dat alleen het feit dat klager niet aanwezig was bij het openen van een container op 6 juli 2016 voldoende was vastgesteld. De overige beschuldigingen konden niet worden bewezen.
Het gerecht oordeelde dat het handelen van klager wel degelijk ernstig plichtsverzuim betrof, gezien de kernfunctie van de Douane en de hoge eisen aan integriteit en betrouwbaarheid. Echter, de opgelegde sanctie werd als te zwaar beoordeeld en daarom vernietigd. Klager kreeg gelijk in zijn bezwaar en de beschikking werd vernietigd.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot betaling van de proceskosten voor rechtskundige bijstand van klager. De uitspraak werd gedaan door ambtenarenrechter W.C.E. Winfield op 29 januari 2018.
Uitkomst: De disciplinaire straf is vernietigd wegens te zware sanctie bij vastgesteld ernstig plichtsverzuim.