ECLI:NL:OGAACMB:2017:61

Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
21 augustus 2017
Publicatiedatum
29 augustus 2017
Zaaknummer
Gaza nr. 812 van 2016
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 41, derde lid, Landsverordening ambtenarenrechtspraakArt. 89 Landsverordening ambtenarenrechtspraakArt. 97, eerste lid, Landsverordening ambtenarenrechtspraakArt. 98, eerste en tweede lid, Landsverordening ambtenarenrechtspraak
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bezwaar tegen bevordering zonder opleidingsdiploma binnen Dienst Gevangeniswezen Aruba ongegrond verklaard

Klager maakte bezwaar tegen een landsbesluit waarbij zijn bevordering in de functie van gevangenisinrichtingswerker met ingang van 1 november 2014 werd vastgesteld. Hij stelde dat hij reeds per 1 juli 2009 had moeten worden bevorderd en dat hij later ook eerder naar schaal 6 had moeten worden bevorderd. De grondslag van het besluit was dat klager pas op 3 oktober 2014 het vereiste diploma VO II behaalde.

Het gerecht stelde vast dat klager pas sinds die datum aan het diploma-eis voldeed en dat eerdere bevorderingen zonder diploma incidenteel waren toegestaan vanwege het niet organiseren van opleidingen binnen de Dienst Gevangeniswezen Aruba. Klager kon niet aantonen dat bijzondere omstandigheden zoals arbeidsongeschiktheid een uitzondering rechtvaardigden.

Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat dit beginsel niet vereist dat een incidentele fout wordt herhaald. Verweerder had aannemelijk gemaakt dat eerdere bevorderingen zonder diploma eenmalige uitzonderingen waren. Het bezwaar werd daarom ongegrond verklaard.

Uitkomst: Het bezwaar tegen de bevordering zonder het vereiste diploma is ongegrond verklaard.

Uitspraak

Uitspraak van 21 augustus 2017
Gaza nr. 812 van 2016
HET GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN ARUBA
UITSPRAAK
op het bezwaar van:
[klager],
wonende te Aruba,
KLAGER,
procederend in persoon,
tegen:
de Gouverneur van Aruba,
zetelende te Aruba,
VERWEERDER,
gemachtigde: dhr. A. Lumenier (DWJZ).

1.PROCESVERLOOP

Bij landsbesluit van 9 februari 2016, no. 20, heeft verweerder besloten om klager met ingang van 1 november 2014 te bevorderen in de functie van gevangenisinrichtingswerker, met vaststelling van de bezoldiging op schaal 5, dienstjaar 5 en de datum van de eerstvolgende periodieke verhoging op 1 maart 2016.
Tegen deze beschikking heeft klager op 8 april 2016 bezwaar gemaakt.
Verweerder heeft op 29 juni 2016 een contramemorie ingediend.
Het bezwaar is behandeld ter zitting van 3 oktober 2016 en – nadat partijen op 31 oktober 2016 en 12 december 2016 aktes hebben genomen – 23 januari 2017 alwaar zijn verschenen klager in persoon en verweerder bij zijn gemachtigde voornoemd.
Uitspraak is nader bepaald op heden.

2.OVERWEGINGEN

2.1
Het gerecht gaat er op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting van uit dat klager niet eerder dan op 9 maart 2016 van de bestreden beschikking kennis heeft kunnen nemen. Dit betekent dat het bezwaarschrift is ingediend binnen de termijn, gesteld in artikel 41, derde lid, van de Landsverordening ambtenarenrechtspraak (La). Het bezwaar is derhalve ontvankelijk.
2.2
Klager bestrijdt de juistheid van het bestreden landsbesluit wat de ingangsdatum van de daarin neergelegde bevordering naar salarisschaal 5 betreft. Naar de mening van klager behoorde hij reeds met ingang van 1 juli 2009 te worden bevorderd naar schaal 5. In verband daarmee behoorde hij bij het bestreden landsbesluit voorts met ingang van 1 juli 2013 te worden bevorderd naar schaal 6, aldus klager.
2.3
Aan het bestreden landsbesluit ligt de overweging ten grondslag dat klager niet eerder dan met ingang van 1 november 2014 kan worden bevorderd, aangezien hij (pas) op 3 oktober 2014 het diploma van de opleiding VO II heeft behaald.
2.4
Tussen partijen is niet in geschil dat als vereisten om in de door klager vervulde functie gevangenisinrichtingswerker naar schaal 5 te kunnen worden bevorderd, onder meer gelden: twee jaren ervaring in de functie en het bezit van het diploma VO II en om naar schaal 6 te worden bevorderd: vier jaren dienstanciënniteit. Vaststaat voorts dat klager pas sinds 3 oktober 2014 aan de vereiste van het diploma VO II voldoet. Klager betoogt echter dat hem dit niet kan worden tegengeworpen, nu de Dienst Gevangeniswezen Aruba (DGWZ) de vereiste opleiding niet eerder dan in 2012 heeft aangeboden en de omstandigheid dat hij die opleiding toen niet met succes heeft kunnen afronden hem niet valt te verwijten. Klager heeft met een beroep op het gelijkheidsbeginsel voorts gewezen op de bevordering naar schaal 5 van zijn collega Chirino met ingang van 1 november 2013, terwijl deze pas op 21 november 2014 het daarvoor vereiste diploma heeft behaald.
2.5
Hetgeen klager heeft aangevoerd kan niet leiden tot vernietiging van de bestreden beschikking.
2.5.1
Daartoe wordt in de eerste plaats overwogen dat wegens het gedurende langere tijd niet organiseren van opleidingen binnen de DGWZ in 2008 is besloten om eenmalig een uitzondering op het opleidingsvereiste te maken. Ook klager heeft hiervan geprofiteerd, nu hij destijds met ingang van 1 juli 2007 is bevorderd naar schaal 4, terwijl hij pas op 12 maart 2008 het daarvoor vereiste diploma heeft behaald. Dat kennelijk pas weer in 2012 de opleiding voor het diploma VO II is georganiseerd, is naar het oordeel van het gerecht niet een zodanig bijzondere omstandigheid dat verweerder daarin aanleiding had behoren te (wederom) tot bevorderingen over te gaan met voorbijgaan aan het wettelijk vereiste van het bezit van dat diploma.
2.5.2
De door klager gestelde omstandigheid dat hij in verband met arbeidsongeschiktheid er destijds niet van op de hoogte was dat de opleiding weer werd gegeven is evenmin een zodanig bijzondere omstandigheid, dat verweerder daarin in aanleiding had moeten zien ten aan zien van klager aan de wettelijke voorschriften voorbij te gaan.
2.5.3
Ook klagers beroep op het gelijkheidsbeginsel slaagt niet. Verweerder heeft aan de hand van nadere stukken, afkomstig van het Departamento Recurso Humano, afdoende aannemelijk gemaakt die bevordering een incidentele fout betreft. Het gelijkheidsbeginsel dwingt een bestuursorgaan niet een incidentele fout te blijven herhalen.
2.6
Nu de gronden van het bezwaar geen doel treffen, is het bezwaar ongegrond.

3.BESLISSING

De rechter in dit gerecht:
verklaart het bezwaar ongegrond.
Deze uitspraak is gegeven door mr. W.C.E. Winfield, rechter in ambtenarenzaken, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van maandag, 21 augustus 2017, in tegenwoordigheid van de griffier.
Ieder der partijen is bevoegd tegen een door het gerecht genomen met redenen omklede eindbeslissing als bedoeld in artikel 89, hoger beroep in te stellen (art. 97, eerste lid, LA).
Het hoger beroep wordt ingesteld binnen dertig dagen na de dag van de uitspraak, indien de appellant in persoon of bij vertegenwoordiger dan wel gemachtigde bij de uitspraak tegenwoordig is geweest, en in de andere gevallen binnen dertig dagen na de dag van toezending of terhandstelling van een afschrift van de uitspraak, welke dag bij toezending aan de voet van het afschrift en bij terhandstelling op het ontvangstbewijs wordt vermeld (art. 98, eerste lid, LA).
Het hoger beroep wordt ingesteld door een beroepschrift aan de raad in te zenden ter griffie van die raad te Oranjestad (art. 98, tweede lid, LA).