ECLI:NL:OGAACMB:2017:51

Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
3 juli 2017
Publicatiedatum
12 juli 2017
Zaaknummer
GAZA nr. 399 van 2016
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4 LmaArt. 41, tweede lid, LaArt. 89 LAArt. 97, eerste lid, LAArt. 98, eerste en tweede lid, LA
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bezwaarschrift tegen onbevoegde afwijzing verzoek tot bevordering ambtenaar

De klager, een ambtenaar wonend in Aruba, had een verzoek ingediend tot bevordering naar de rang van hoofdcommies. Dit verzoek werd op 4 februari 2016 door de minister van Volksgezondheid, Ouderenzorg en Sport afgewezen. Klager maakte hiertegen bezwaar op 1 maart 2016.

Het Gerecht in Ambtenarenzaken heeft op 3 juli 2017 uitspraak gedaan over dit bezwaar. Uit eerdere uitspraken van de Raad van Beroep in Ambtenarenzaken volgt dat de inhoudelijke beslissing op een verzoek tot bevordering uitsluitend door de Gouverneur als bevoegd gezag genomen kan worden. De afwijzing door de minister was daarom onbevoegd genomen en werd door het gerecht vernietigd.

Het gerecht bepaalde dat de Gouverneur alsnog een beslissing moet nemen, maar kon deze niet rechtstreeks daartoe verplichten omdat de Gouverneur niet partij was in het geding. Klager werd erop gewezen dat bij uitblijven van een beslissing binnen drie maanden na deze uitspraak een fictieve weigering ontstaat, waartegen bezwaar mogelijk is.

Tot slot werd de minister veroordeeld tot betaling van de proceskosten van klager, vastgesteld op Afl. 1.000,- aan gemachtigdensalaris.

Uitkomst: Het bezwaar wordt gegrond verklaard en de afwijzende beschikking van de minister wordt vernietigd wegens onbevoegdheid.

Uitspraak

Uitspraak van 3 juli 2017
GAZA nr. 399 van 2016
HET GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN ARUBA
UITSPRAAK
op het bezwaar van:
[klager],
wonend in Aruba,
KLAGER,
gemachtigde: de advocaat mr. P.M.E. Mohamed,
tegen:
de minister van Volksgezondheid, Ouderenzorg en Sport,
zetelend in Aruba,
VERWEERDER,
gemachtigde: mr. I.L. Ras Orman (DWJZ).

1.PROCESVERLOOP

Bij brief van 4 februari 2016 heeft verweerder aan klager te kennen gegeven dat zijn verzoek om bevordering naar de rang van hoofdcommies niet voor inwilliging vatbaar is.
Op 1 maart 2016 heeft klager daartegen bezwaar gemaakt.
Verweerder heeft een contramemorie ingediend.
Het gerecht heeft de zaak ter zitting behandeld op 22 augustus 2016, waar partijen zijn verschenen bij gemachtigde.
Uitspraak is nader bepaald op heden.

2.OVERWEGINGEN

2.1
Ingevolge artikel 4, aanhef en onder b, van de Landsverordening materieel ambtenarenrecht (Lma), voor zover thans van belang, wordt voor de toepassing van deze landsverordening en de uit kracht daarvan gegeven voorschriften onder het bevoegde gezag de Gouverneur verstaan.
2.2
In zijn uitspraken van 26 juli 2016, RvBAz 2014/71419, en van 16 februari 2017, RvBAz 2015/74637, heeft de Raad van Beroep in Ambtenarenzaken voorop gesteld dat de inhoudelijke beslissing op een verzoek om bevordering van een ambtenaar alleen door de Gouverneur bevoegd genomen kan worden. Dat houdt in dat ook de afwijzing van een dergelijk verzoek aan de Gouverneur als bevoegd gezag is voorbehouden.
Dit betekent dat de in de brief van verweerder van 4 februari 2016 vervatte afwijzende beslissing onbevoegd is genomen en reeds op grond hiervan vernietigd dient te worden.
2.3
Aan hetgeen partijen verder verdeelt houdt komt het gerecht niet toe.
2.4
Het vorenstaande betekent dat door het bevoegd gezag (de Gouverneur) alsnog een beslissing op klagers verzoek tot bevordering zal moeten worden genomen. Het gerecht kan de Gouverneur daartoe evenwel geen last geven, nu deze niet als verweerder in dit geding is betrokken. Klager mag er evenwel van uitgaan dat, indien de Gouverneur niet binnen drie maanden na dagtekening van deze uitspraak op klagers verzoek heeft beschikt, een zogenaamde fictieve weigering tot stand is gekomen als bedoeld in artikel 41, tweede lid, van de La. Hij kan daartegen alsdan binnen dertig dagen bezwaar maken bij het gerecht
2.5
Verweerder dient op na te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld.

3.BESLISSING

De rechter in dit gerecht:
  • verklaart het bezwaar gegrond;
  • vernietigt de afwijzende beschikking van verweerder van 4 februari 2016;
  • veroordeelt verweerder tot betaling van de door klager gemaakte proceskosten, die worden begroot op Afl. 1.000,- aan gemachtigdensalaris.
Deze uitspraak is gegeven door mr. W.C.E. Winfield, ambtenarenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van maandag 3 juli 2017 in aanwezigheid van de griffier.
Ieder der partijen is bevoegd tegen een door het gerecht genomen met redenen omklede eindbeslissing als bedoeld in artikel 89, hoger beroep in te stellen (art. 97, eerste lid, LA).
Het hoger beroep wordt ingesteld binnen dertig dagen na de dag van de uitspraak, indien de appellant in persoon of bij vertegenwoordiger dan wel gemachtigde bij de uitspraak tegenwoordig is geweest, en in de andere gevallen binnen dertig dagen na de dag van toezending of terhandstelling van een afschrift van de uitspraak, welke dag bij toezending aan de voet van het afschrift en bij terhandstelling op het ontvangstbewijs wordt vermeld (art. 98, eerste lid, LA).
Het hoger beroep wordt ingesteld door een beroepschrift aan de raad in te zenden ter griffie van die raad te Oranjestad (art. 98, tweede lid, LA).