ECLI:NL:OGAACMB:2017:119
Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing bevordering wegens onbevoegd gezag, rechtsgevolgen in stand gelaten
Klager verzocht om bevordering naar de functie van hoofd arbeid (schaal 9), maar dit verzoek werd op 9 november 2015 afgewezen door de minister van Justitie. Klager maakte hiertegen op 2 maart 2017 bezwaar bij het gerecht. Het bezwaar werd tijdig ingediend, aangezien klager stelde de afwijzingsbrief pas op 3 februari 2017 te hebben ontvangen, hetgeen niet werd betwist.
Het gerecht stelde vast dat alleen de Gouverneur bevoegd is om beslissingen omtrent bevordering te nemen, inclusief afwijzingen. De afwijzing was echter door de minister genomen, waardoor sprake was van een bevoegdheidsgebrek. Daarom werd de afwijzing vernietigd.
Klager voerde aan dat de afwijzing in strijd was met het gelijkheidsbeginsel, omdat collega’s zonder het vereiste diploma toch waren bevorderd. Dit betoog faalde, omdat deze collega’s waren ingeschaald in een lagere schaal dan klager beoogde en de bevordering van een andere collega pas na het behalen van het vereiste diploma had plaatsgevonden.
Het gerecht besloot de rechtsgevolgen van de afwijzing geheel in stand te laten, ondanks de vernietiging van de afwijzing zelf. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De afwijzing van het bevorderingsverzoek wordt vernietigd wegens onbevoegd gezag, maar de rechtsgevolgen van de afwijzing blijven volledig in stand.