Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Klager maakte bezwaar tegen zijn definitieve plaatsing in een lagere functie binnen de Directie X na een reorganisatie, waarbij hij meende onterecht niet in zijn leidinggevende functie te zijn geplaatst. Het bezwaar tegen het landsbesluit van 13 februari 2014 werd niet-ontvankelijk verklaard omdat dit besluit slechts een technische wijziging betrof zonder zelfstandige betekenis.
Het gerecht oordeelde dat verweerder bij de reorganisatie beleidsvrijheid heeft en dat afwijking van het vaste beleid alleen is toegestaan bij bijzondere omstandigheden. Verweerder had voldoende redenen om af te wijken, waaronder onvrede over het functioneren van klager, diens studie die zijn inzet beïnvloedde, twijfel over zijn motivatie en het ontbreken van vereiste kwalificaties.
Daarnaast werd meegewogen dat klager er financieel op vooruit ging ondanks de lagere functie. De belangenafweging was niet onevenwichtig. Het bezwaar werd daarom, voor zover ontvankelijk, ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Bezwaar tegen wijzigingsbesluit niet-ontvankelijk, bezwaar tegen oorspronkelijke plaatsing ongegrond verklaard.