ECLI:NL:OGAACMB:2015:42

Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
30 november 2015
Publicatiedatum
18 december 2015
Zaaknummer
GAZA nr. 1017 van 2014
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 89 LAArt. 97 LAArt. 98 LALandsverordening ambtenarenrechtspraak
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bezwaar tegen uitblijven besluit duurtetoeslag pensioen niet-ontvankelijk verklaard

Een gepensioneerde ambtenaar heeft bij de minister van Algemene Zaken verzocht om een verhoging van zijn pensioeninkomen met een duurtetoeslag van Afl. 85 per maand. Na het uitblijven van een beslissing op dit verzoek maakte hij bezwaar bij het gerecht in ambtenarenzaken.

Het gerecht overwoog dat het verzoek in wezen gericht was op het tot stand brengen van een besluit of handeling die geldt voor alle overheidsgepensioneerden. Een dergelijk besluit is van algemene strekking en daarom niet vatbaar voor bezwaar op grond van de Landsverordening ambtenarenrechtspraak.

Daarom kon ook niet worden opgekomen tegen het uitblijven van een dergelijk besluit. Het bezwaar werd dan ook niet-ontvankelijk verklaard. De uitspraak werd gedaan door rechter W.C.E. Winfield op 30 november 2015.

Uitkomst: Het bezwaar tegen het uitblijven van een besluit over de duurtetoeslag pensioen wordt niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

Uitspraak van 30 november 2015
GAZA nr. 1017 van 2014
GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN ARUBA
UITSPRAAK
op het bezwaar van:
A,
wonende te Aruba,
KLAGER,
procederende in persoon,
gericht tegen:
de minister van Algemene Zaken,
zetelende te Aruba,
VERWEERDER,
gemachtigde: mr. V. Emerencia (DWJZ),

1.PROCESVERLOOP

Bij brief van 1 november 2013 heeft klager aan verweerder verzocht “het daarheen te willen leiden opdat hij in aanmerking kan komen voor een verhoging ad Afl. 85,= op zijn pensioeninkomen (duurtetoeslag)”.
Tegen het uitblijven van een beslissing op dit verzoek heeft klager op 2 mei 2014 bezwaar gemaakt bij het gerecht.
De zaak is behandeld ter zitting van 10 november 2014 en 31 augustus 2015, alwaar zijn verschenen klager in persoon en verweerder bij gemachtigde.
Uitspraak is nader bepaald op heden.

2.OVERWEGINGEN

2.1
Klager is gepensioneerd ambtenaar.
2.2
Met zijn verzoek van 1 november 2013, zoals nader toegelicht in het bezwaarschrift en ter zitting, heeft klager kennelijk beoogd om verweerder ertoe te bewegen om, gelijk in voorafgaande jaren, een zodanig geldbedrag ter beschikking te stellen aan de stichting Algemeen Pensioenfonds Aruba, dat deze stichting aan de overheidsgepensioneerden, zoals hijzelf, over kan gaan tot uitbetaling van een toeslag van (met ingang van 1 januari 2013) Afl. 85,= per maand op hun pensioenuitkering (duurtetoeslag).
2.3
Naar het oordeel van het gerecht strekt het verzoek van klager er in wezen toe dat verweerder een besluit tot stand brengt, dan wel een handeling verricht, ten aanzien van alle overheidsgepensioneerden. Een dergelijk besluit of een dergelijke handeling dient derhalve te worden aangemerkt als te zijn van algemene strekking en is derhalve niet vatbaar voor bezwaar op grond van de Landsverordening ambtenarenrechtspraak. Dit betekent dat ook niet kan worden opgekomen tegen het uitblijven van een dergelijk besluit of een dergelijke handeling. Het bezwaar is reeds hierom niet-ontvankelijk.
2.4
Beslist wordt als volgt.

3.BESLISSING

De rechter in dit gerecht:
verklaart het bezwaar niet-ontvankelijk.
Deze beslissing is gegeven door mr. W.C.E. Winfield, rechter in ambtenarenzaken, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 november 2015 in aanwezigheid van de griffier.
Ieder der partijen is bevoegd tegen een door het gerecht genomen met redenen omklede eindbeslissing als bedoeld in artikel 89, hoger beroep in te stellen (art. 97, eerste lid, LA).
Het hoger beroep wordt ingesteld binnen dertig dagen na de dag van de uitspraak, indien de appellant in persoon of bij vertegenwoordiger dan wel gemachtigde bij de uitspraak tegenwoordig is geweest, en in de andere gevallen binnen dertig dagen na de dag van toezending of terhandstelling van een afschrift van de uitspraak, welke dag bij toezending aan de voet van het afschrift en bij terhandstelling op het ontvangstbewijs wordt vermeld (art. 98, eerste lid, LA).
Het hoger beroep wordt ingesteld door een beroepschrift aan de raad in te zenden ter griffie van die raad te Oranjestad (art. 98, tweede lid, LA).