ECLI:NL:OGAACMB:2015:12
Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring bezwaar tegen fictieve weigering tot besluitvorming door minister van Financiën Aruba
Klaagster heeft op 21 oktober 2011 een verzoek ingediend bij de minister van Financiën en Overheidsorganisatie van Aruba om twee extra periodieke verhogingen van bezoldiging toe te kennen wegens het afronden van een opleiding. Verweerder heeft niet op dit verzoek beslist, waardoor klaagster op 22 oktober 2012 bezwaar maakte tegen deze fictieve weigering.
Het gerecht oordeelt dat het bezwaar tijdig is ingediend en dat de weigering om te beschikken niet als een afwijzende of goedkeurende beschikking kwalificeert. Het bezwaar is gegrond verklaard omdat verweerder nog steeds niet inhoudelijk heeft beslist. Het gerecht vernietigt de fictieve beschikking en verwijst naar eerdere jurisprudentie die bevestigt dat het instellen van een rechtsmiddel tegen een weigering primair een procedureel middel is om het bestuursorgaan tot besluitvorming te bewegen.
Verweerder wordt opgedragen binnen drie maanden na de uitspraak schriftelijk een reële beslissing te nemen op het verzoek van klaagster. Er is geen sprake van proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter W.C.E. Winfield op 8 juli 2015 tijdens een openbare terechtzitting.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de fictieve weigering is gegrond verklaard en verweerder is opgedragen binnen drie maanden een reële beslissing te nemen.