ECLI:NL:HR:2026:985
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake belastingaanslagen 2016 en 2017
Belanghebbende heeft in cassatie beroep ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 18 december 2024, waarin het hof het hoger beroep behandelde over de aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen voor de jaren 2016 en 2017, inclusief de daarbij gegeven beschikkingen inzake belastingrente.
De Staatssecretaris van Financiën heeft verweer gevoerd tegen het cassatieberoep. De Hoge Raad heeft de ingebrachte klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad heeft daarbij geen motivering gegeven omdat de klachten niet relevant zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard. Het arrest is op 19 juni 2026 in het openbaar gewezen door de raadsheren Feteris, Boerlage en Van der Voort Maarschalk.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en het arrest van het hof bevestigd.