ECLI:NL:HR:2026:972
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake geheven leges gemeente Bergeijk
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch, waarin het hof het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Oost-Brabant inzake geheven leges door het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Bergeijk heeft behandeld.
Het College heeft verweer gevoerd en er zijn conclusies van repliek en dupliek uitgewisseld. De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van het hof. De Hoge Raad heeft geen motivering gegeven omdat beantwoording van de klachten niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard. Hiermee blijft de uitspraak van het hof in stand en wordt het standpunt van het College bevestigd.
Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 19 juni 2026.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van het hof blijft in stand.