ECLI:NL:HR:2026:968
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake belastingaanslagen 2016 en 2017
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 21 mei 2024, waarin het hof het hoger beroep van belanghebbende tegen uitspraken van de Rechtbank Gelderland over de aanslagen inkomstenbelasting, premie volksverzekeringen, inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet en boetebeschikking voor de jaren 2016 en 2017 heeft behandeld.
De Hoge Raad heeft de ingebrachte klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad heeft geen motivering gegeven omdat de klachten niet relevant zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest is gewezen door de raadsheren Faase, Cools en Peters en in het openbaar uitgesproken op 19 juni 2026.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.