Uitspraak
1.Procesverloop
2.Uitgangspunten en feiten
De totale kosten voor de nieuwe aansluiting(en) bedragen EUR [bedrag] incl. BTW”.
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
23 januari 2026.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de Hoge Raad op 23 januari 2026 uitspraak gedaan in een cassatieprocedure tussen Ennatuurlijk B.V. en Stichting Reeshofverzet (SRV). Het geschil betreft de verschuldigdheid van een periodieke aansluitbijdrage door Ennatuurlijk aan de bewoners van stadsverwarming in Tilburg. SRV vorderde een verklaring voor recht dat Ennatuurlijk zonder rechtsgrond een jaarlijks geïndexeerde en rentedragende aansluitbijdrage in rekening brengt bij de bewoners die voor 1 januari 2014 een aansluiting hebben gehad op het warmtenet. De rechtbank Oost-Brabant heeft deze vordering toegewezen, waarna Ennatuurlijk in hoger beroep ging bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank, maar Ennatuurlijk stelde cassatie in. De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte had overwogen dat de verjaring van de vorderingen van de verbruikers niet in de weg staat aan de mogelijkheid van verrekening. De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en verwees de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor verdere behandeling. Tevens werd SRV veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.