Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2026:926

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 juni 2026
Publicatiedatum
12 juni 2026
Zaaknummer
25/02702
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk in zaak over onroerendezaakbelasting

Belanghebbenden, vertegenwoordigd door hun raadsman, hebben beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam inzake een beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken en een aanslag onroerendezaakbelastingen voor 2021.

De Hoge Raad heeft de ontvankelijkheid van het cassatieberoep beoordeeld en gelet op de ingebrachte klachten en het advies van de procureur-generaal geconcludeerd dat het beroep duidelijk niet kan slagen.

Daarom heeft de Hoge Raad op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen veroordeling in proceskosten opgelegd.

Het arrest is gewezen door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, en in het openbaar uitgesproken op 12 juni 2026.

Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard met toepassing van artikel 80a RO.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer25/02702
Datum12 juni 2026
ARREST
in de zaak van
[X1] EN [X2] (hierna: belanghebbenden),
vertegenwoordigd door J.F.M.J. Mathijsen,
tegen
het COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE AMSTERDAM,
vertegenwoordigd door [P] ,
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 10 juni 2025, nr. 24/3254 [1] , op het hoger beroep van belanghebbenden tegen een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam (nr. AMS 22/6054) betreffende een ten aanzien van belanghebbenden gegeven beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken en een aanslag in de onroerendezaakbelastingen voor het jaar 2021.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen. De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).

2.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter, en de raadsheren M.T. Boerlage en A.E.H. van der Voort Maarschalk, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.P.J. van Kampen, en in het openbaar uitgesproken op 12 juni 2026.