ECLI:NL:HR:2026:925
Hoge Raad
- Artikel 80a RO-zaken
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk in zaak over WOZ-beschikkingen 2018-2022
Belanghebbende heeft in hoger beroep geprocedeerd tegen beschikkingen op grond van de Wet waardering onroerende zaken (WOZ) voor de jaren 2018 tot en met 2022. Het Gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft op 4 juni 2025 uitspraak gedaan in deze zaak. Belanghebbende heeft vervolgens cassatieberoep ingesteld bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft de ontvankelijkheid van het cassatieberoep beoordeeld en de klachten over het hof onderzocht. Na advies van de procureur-generaal is geconcludeerd dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Daarom is het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is op 12 juni 2026 in het openbaar uitgesproken door de Hoge Raad, waarbij de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter en de raadsheren M.T. Boerlage en A.E.H. van der Voort Maarschalk aanwezig waren.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard met toepassing van artikel 80a RO.