Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2026:919

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 juni 2026
Publicatiedatum
12 juni 2026
Zaaknummer
24/04627
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:194a BWArt. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt geoorloofdheid vergelijkende reclame over brandveiligheid gevelisolatie

Rockwool vordert een verklaring voor recht dat Kingspan onrechtmatig heeft gehandeld door ongeoorloofde vergelijkende reclame te maken over de brandveiligheid van isolatieproducten. De rechtbank wees de vordering toe, maar het hof vernietigde dit en wees de vordering af. Het hof oordeelde dat de uitlatingen van Kingspan, gedaan tijdens een presentatie op de NEN Studiedagen, wel vergelijkende reclame zijn, maar niet ongeoorloofd.

De presentatie benadrukte dat de brandveiligheid van gevels op systeemniveau moet worden beoordeeld en dat grootschalige systeemtests noodzakelijk zijn, in tegenstelling tot de kleinschalige producttests die de Euroklasse-indeling bepalen. Kingspan gebruikte voorbeelden van tests die aantonen dat combinaties van materialen met lagere Euroklassen soms beter presteren dan combinaties met hogere klassen, zonder daarbij misleidend te zijn.

Rockwool stelde dat de vergelijking niet objectief was en dat relevante verschillen in testomstandigheden niet werden vermeld, maar het hof vond dat de gebruikte testmethoden betrouwbaar en geaccepteerd zijn en dat de presentatie niet suggereerde dat de Euroklasse-indeling onbetrouwbaar is. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en verwerpt het cassatieberoep, waarbij Rockwool wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de vergelijkende reclame van Kingspan niet ongeoorloofd is.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer24/04627
Datum12 juni 2026
ARREST
In de zaak van
1. ROCKWOOL A/S,
gevestigd te Kopenhagen, Denemarken,
2. ROCKWOOL B.V.,
gevestigd te Roermond,
EISERESSEN tot cassatie,
hierna gezamenlijk: Rockwool,
advocaten: P.A. Fruytier en J.P. Jas,
tegen
1. KINGSPAN HOLDING NETHERLANDS B.V.,
gevestigd te Dodewaard,
2. KINGSPAN B.V.,
gevestigd te Dodewaard,
3. KINGSPAN INSULATION B.V.,
gevestigd te Dodewaard,
VERWEERSTERS in cassatie,
hierna gezamenlijk: Kingspan,
advocaat: T. Cohen Jehoram.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. De vonnissen in de zaak C/05/390833 van de rechtbank Gelderland van 3 november 2021 en 5 oktober 2022;
b. de arresten in de zaak 200.323.848 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 17 oktober 2023 en 24 september 2024.
Rockwool heeft tegen het arrest van het hof van 24 september 2024 beroep in cassatie ingesteld.
Kingspan heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor Kingspan mede door E.W. Smit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot vernietiging van het bestreden arrest en tot verwijzing.
De advocaat van Kingspan heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Uitgangspunten en feiten

2.1
In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.
(i) De Rockwool Group is wereldwijd marktleider op het gebied van steenwolisolatie.
(ii) De Kingspan Group is een van de marktleiders op het gebied van kunststofisolatie.
(iii) In de Europese Unie geldt een classificatiesysteem met een indeling van bouwproducten in klassen van materiaalgedrag bij brand. Voor Nederland is dit vastgelegd in de NEN-EN 13501-1. De brandprestaties van producten worden via dit systeem ingedeeld in zeven Euroklassen, lopend van A1, A2, B, C, D en E tot F.
(iv) In de praktijk wordt Euro-brandklasse A1 aangeduid als ‘onbrandbaar’, A2 als ‘praktisch onbrandbaar’, B als ‘zeer moeilijk brandbaar’, C als ‘brandbaar’, D als ‘goed brandbaar’ en E en F als ‘zeer brandbaar’.
(v) Rockwool produceert en verkoopt (onder meer) isolatieproducten van steenwol met een Euroklasse A1 certificering. Kingspan produceert en verkoopt isolatieproducten van kunststof met Euroklasse B of lager.
(vi) Bij de bepaling van de indeling van een product wordt alleen gebruik gemaakt van een (kleinschalige) test van het individuele product. Het testen van het product in een constructie, zoals bij een grootschalige gevelsysteemtest, hoort daar niet bij.
(vii) Een bekende grootschalige test is de BS8414. Bij deze test wordt een volledig gevelsysteem getest met gebruikmaking van een testwand van 8 à 9 meter hoog. Gedurende dertig minuten wordt het gevelsysteem vanaf de onderkant blootgesteld aan vuur. Bij deze test wordt de temperatuur in het systeem gemeten. Deze temperatuur mag gedurende de dertig minuten een bepaalde grens niet overschrijden. Een reden om de test voortijdig stop te zetten, doet zich voor als de vlammen boven de testopstelling uitkomen. In dat geval geldt de test als gefaald.
(viii) Vanuit de organisatie Brandveilig Bouwen Nederland (hierna: BBN) is invulling gegeven aan de NEN Studiedagen Brandveiligheid Gevels die in maart en april 2019 zijn gehouden (hierna: NEN Studiedagen). [betrokkene] (hierna: [betrokkene]) is werkzaam bij Kingspan en lid van BBN. Tijdens de NEN Studiedagen heeft hij een presentatie gegeven. De presentatie getiteld ‘Wanneer is een gevel ‘brandveilig’?’ bevatte onder meer de volgende slides:
(ix) Tijdens de presentatie gaf [betrokkene] een toelichting. Daarvan is het volgende van belang:
“We weten bijvoorbeeld dat C+B, dat weten wij als producent omdat wij zelf die producten maken, isolatiemateriaal C met een gevelbekleding B volstaat prima in een grootschalige geveltest. Ook nog de zwaarste van Europe, in de 8414 in Engeland. Tegelijkertijd weten we ook dat als we materiaalniveau A1 en A2 hebben, dat het niet altijd goed gaat. Dus wat zeggen die materiaalclassificaties in een beginnend brandje, in het begin, in de hoek in de kamer nu over je daadwerkelijke risico op je gevel? Die gaat wat verder dan dat.”
2.2
Voor zover in cassatie van belang vordert Rockwool in dit geding een verklaring voor recht dat Kingspan onrechtmatig jegens Rockwool heeft gehandeld door zich schuldig te maken aan ongeoorloofde vergelijkende reclame door (bewust) producten uit verschillende productgroepen op niet objectieve basis te vergelijken en testuitslagen ten onrechte te presenteren als gelijkwaardig.
2.3
De rechtbank [1] heeft deze vordering toegewezen.
2.4
Het hof [2] heeft het vonnis van de rechtbank op dit punt vernietigd en heeft de vordering afgewezen. Volgens het hof leveren de uitlatingen van [betrokkene] tijdens de NEN Studiedagen geen ongeoorloofde vergelijkende reclame op. Aan zijn oordeel heeft het hof het volgende ten grondslag gelegd.
De uitingen van [betrokkene] tijdens de presentatie zijn te beschouwen als uitlatingen van Kingspan Insulation (rov. 5.13) en moeten worden gekwalificeerd als vergelijkende reclame in de zin van art. 6:194a BW (rov. 5.14). Het hof heeft verder overwogen:
“5.15. De vraag is dan of de gewraakte mededelingen
ongeoorloofdevergelijkende reclame opleveren. Anders dan de rechtbank beantwoordt het hof die vraag ontkennend. Het hof licht dat als volgt toe. [betrokkene] is in zijn presentatie ingegaan op de al langer bestaande aandacht voor de brandveiligheid van gevels. Hij heeft uiteengezet dat er al sinds de jaren ’70 diverse Europese grootschalige testen beschikbaar zijn, maar dat de Europese regelgever tot nu toe heeft gekozen voor een classificatiesysteem waarbij alleen producten worden getest, uitgaande van het scenario van een beginnende kamerbrand, en verder geen brandtestmethode voor gevels is voorgeschreven. Hij heeft gepleit voor het testen op systeemniveau. Om het belang daarvan te illustreren heeft hij twee voorbeelden genoemd waaruit blijkt dat een gevelsysteem bestaande uit een combinatie van Euroklasse C en B materialen de systeemtest kan halen, terwijl een gevelsysteem bestaande uit een combinatie van Euroklasse A1 en A2 materialen bij de systeemtest kan falen. Ter ondersteuning van dat laatste heeft hij een foto getoond uit het rapport van de test van 17 juli 2018 inzake de Little Venice Towers waarbij een combinatie van Alucobond gevelpanelen (A2) en Rockwool Duoslab isolatie (A1) was gebruikt, wat een ‘fail’ opleverde (…). Kingspan was niet bij deze test betrokken. Rockwool betoogt weliswaar dat hiermee een vergelijking wordt gemaakt op basis van testresultaten waarbij geen sprake is van vergelijkbare omstandigheden, maar dat doet niet af aan het punt dat [betrokkene] bij zijn presentatie maakte, namelijk dat de focus op de classificatie van afzonderlijke materialen tot schijnveiligheid leidt en grootschalige systeemtests nodig zijn om de brandveiligheid te testen. Het neemt ook niet weg dat hier wel op objectieve wijze relevante kenmerken van de producten met elkaar worden vergeleken. Daarbij is van belang dat niet in geschil is dat beide tests volgens een geaccepteerde testmethode (BS8414), door een onafhankelijk instituut en op correcte wijze zijn uitgevoerd. Dat de gevelconstructies verschillend waren bij de twee voorbeelden die [betrokkene] noemde, doet hierbij niet ter zake, net zo min als dat de geteste gevelconstructie bij het tweede voorbeeld (van de Little Venice Towers) niet zou voldoen aan het Nederlandse Bouwbesluit, zoals Rockwool tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep naar voren bracht. Dat geldt ook als de testopstelling voor het Little Towers Project (waarbij een product van Rockwool is gebruikt) ongunstiger was dan die voor het project van het eerste voorbeeld (met een product van Kingspan), zoals ten aanzien van het aantal spouwbarrières en de samenstelling daarvan, de ventilatieruimtes en de aanwezigheid van decoratieve elementen. Dat deze verschillen in de presentatie niet zijn genoemd, betekent niet dat van een objectieve vergelijking geen sprake meer is of dat de gemaakte vergelijking misleidend is.
5.16.
Voor alle duidelijkheid merkt het hof nog op dat met de mededelingen in de presentatie niet wordt gesuggereerd dat de Euroklasse-indeling geen betrouwbare informatie over de brandprestaties van de materialen zou geven en/of dat het voor de brandveiligheid van een gevel geen enkel verschil zou maken welke materialen worden gebruikt. Dat kan op basis van deze gegevens natuurlijk ook niet worden gezegd. Er wordt alleen mee geïllustreerd dat voor de brandveiligheid van een gevel niet alleen de afzonderlijke brandprestaties van de gevelbekleding en het isolatiemateriaal maar ook andere factoren van belang zijn en dat het daarom nodig is de gehele constructie te testen.
5.17.
Gelet op het voorgaande slaagt grief 4. Op het debat over de andere testuitslagen waarop Kingspan zich beroept als bewijs voor de juistheid van haar uitingen hoeft bij deze stand van zaken niet meer te worden ingegaan.”

3.Beoordeling van het middel

3.1
Onderdeel 1 van het middel is gericht tegen het oordeel van het hof in rov. 5.15 en 5.16 dat weliswaar sprake is van vergelijkende reclame, maar niet van ongeoorloofde vergelijkende reclame.
3.2.1
Het hof heeft in rov. 5.14 overwogen dat het betoog van [betrokkene] erop gericht was dat ten onrechte wordt gefocust op de brandbaarheid van afzonderlijke materialen en dat brandveiligheid moet worden beoordeeld op systeemniveau. Volgens het hof komt dit betoog neer op vergelijkende reclame omdat het ook ertoe strekt dat producten die niet als (praktisch) onbrandbaar zijn geclassificeerd – zoals de kunststof isolatieproducten van Kingspan – kunnen blijven worden toegepast bij hoogbouwgevels, mits zij de systeemtest doorstaan. Het betoog dient dan ook (mede) ter bevordering van de afzet van de producten van Kingspan, aldus het hof.
3.2.2
In rov. 5.15 heeft het hof geoordeeld dat het betoog van [betrokkene] geen ongeoorloofde vergelijkende reclame oplevert. Daarbij is het hof ingegaan op de testresultaten die [betrokkene] heeft besproken in het kader van zijn pleidooi voor testen op systeemniveau. Het hof heeft onder ogen gezien dat bij de test geen sprake was van vergelijkbare omstandigheden – zoals Rockwool had aangevoerd. Dat doet volgens het hof evenwel niet af aan het punt dat [betrokkene] bij zijn presentatie maakte, namelijk dat de focus op de classificatie van afzonderlijke materialen tot schijnveiligheid leidt en grootschalige systeemtests nodig zijn om de brandveiligheid te testen. Het neemt volgens het hof ook niet weg dat hier wel op objectieve wijze relevante kenmerken van de producten met elkaar worden vergeleken. Daarbij heeft het hof relevant geacht dat beide tests volgens een geaccepteerde testmethode (BS8414), door een onafhankelijk instituut en op correcte wijze zijn uitgevoerd. Dat verschillen tussen de testopstellingen in de presentatie niet zijn genoemd, betekent niet dat van een objectieve vergelijking geen sprake meer is of dat de gemaakte vergelijking misleidend is, aldus het hof. In rov. 5.16 heeft het hof daaraan toegevoegd dat in de presentatie van [betrokkene] niet wordt gesuggereerd dat de Euroklasse-indeling geen betrouwbare informatie over de brandprestaties van de materialen zou geven en/of dat het voor de brandveiligheid van een gevel geen enkel verschil zou maken welke materialen worden gebruikt. Dat kan op basis van deze gegevens volgens het hof natuurlijk ook niet worden gezegd. Er wordt alleen mee geïllustreerd dat voor de brandveiligheid van een gevel niet alleen de afzonderlijke brandprestaties van de gevelbekleding en het isolatiemateriaal van belang zijn, maar ook andere factoren, en dat het daarom nodig is de gehele constructie te testen, aldus het hof.
3.3.1
Onderdeel 1.3 betoogt dat voor zover het hof heeft geoordeeld dat de presentatie van [betrokkene] alleen een pleidooi voor het testen op systeemniveau inhield, en dat de vergelijking tussen de producten van Rockwool en Kingspan alleen tot illustratie diende, dat oordeel onvoldoende begrijpelijk is omdat het hof in rov. 5.14 juist heeft vastgesteld dat de presentatie van [betrokkene] (mede) diende ter bevordering van de afzet van producten van Kingspan en dat hij met zijn mededelingen een impliciete vergelijking heeft gemaakt met door concurrenten zoals Rockwool aangeboden producten. Daaruit volgt dat de presentatie van [betrokkene] niet alleen een pleidooi voor het testen op systeemniveau inhield, maar vergelijkende reclame in de zin van art. 6:194a BW oplevert.
3.3.2
Deze klacht kan niet tot cassatie leiden. De kern van het betoog van [betrokkene] is volgens het hof dat de brandveiligheid van een gevel op systeemniveau moet worden beoordeeld. Omdat daarin besloten ligt dat onder omstandigheden – afhankelijk van het gevelsysteem – een gevel met materiaal van Kingspan brandveiliger kan zijn dan een gevel met materiaal van Rockwool, en het betoog dus gericht was op het bevorderen van de afzet van materiaal van Kingspan, heeft het hof dit betoog gekwalificeerd als vergelijkende reclame. Het hof heeft dus niet miskend dat het pleidooi voor het testen op systeemniveau in zoverre vergelijkende reclame oplevert. In het oordeel van het hof ligt besloten dat de vergelijking beperkt was tot de omstandigheid dat de brandveiligheid uiteindelijk afhangt van het gevelsysteem als geheel. Het hof heeft immers overwogen dat in de presentatie niet wordt gesuggereerd dat de Euroklasse-indeling geen betrouwbare informatie over de brandprestaties van de materialen zou geven of dat het voor de brandveiligheid van een gevel geen enkel verschil zou maken welke materialen worden gebruikt. Volgens het hof is met de verwijzing naar de testen in de presentatie alleen geïllustreerd dat voor de brandveiligheid van een gevel niet alleen de afzonderlijke brandprestaties van de gevelbekleding en het isolatiemateriaal van belang zijn, maar ook andere factoren, en dat het daarom nodig is de gehele constructie te testen.
3.3.3
De onderdelen 1.5-1.10 klagen in de kern dat het oordeel van het hof onbegrijpelijk is in het licht van het betoog van Rockwool dat bij de door [betrokkene] genoemde test geen sprake is van de door art. 6:194a lid 2, aanhef en onder c, BW vereiste objectieve vergelijking en dat het hof onvoldoende betekenis heeft toegekend aan de bezwaren die Rockwool heeft aangevoerd tegen de objectiviteit van de BS8414-testmethode, waaronder het bezwaar dat de beide testen niet zijn uitgevoerd onder gelijke omstandigheden en dat de verschillen in de presentatie niet zijn genoemd.
3.3.4
De klachten van deze onderdelen falen. Het hof heeft de genoemde testen betrouwbaar geacht ter vergelijking van de brandveiligheid van de gebruikte gevelconstructie, ter illustratie van het punt van [betrokkene] dat de focus op de classificatie van afzonderlijke materialen tot schijnveiligheid leidt en dat grootschalige systeemtesten nodig zijn om de brandveiligheid van een gevelconstructie te testen, en niet ter vergelijking van de brandveiligheid van de gebruikte materialen zelf. Het is niet onbegrijpelijk dat naar het oordeel van het hof de bezwaren van Rockwool tegen de objectiviteit van de BS8414-methode – die het hof in rov. 5.15 onder ogen heeft gezien – niet konden afdoen aan de relevantie van de resultaten van die test voor het betoog van [betrokkene] over het belang van testen van het gehele gevelsysteem. Het hof heeft onderkend dat uit de test niet volgt dat de brandveiligheid van het gebruikte materiaal geen verschil maakt voor de brandveiligheid van een gevelconstructie (rov. 5.16). Dat heeft [betrokkene] ook niet betoogd, zo ligt in het oordeel van het hof besloten.
3.4
Onderdeel 1.12 betoogt dat het hof heeft miskend dat vergelijkende reclame op basis van bepaalde testresultaten ook ongeoorloofd kan zijn door niet te vermelden dat ook afwijkende testresultaten beschikbaar zijn. In ieder geval is het oordeel in rov. 5.15-5.16 onvoldoende gemotiveerd, omdat Rockwool heeft aangevoerd dat [betrokkene] geen melding heeft gemaakt van het feit dat een combinatie van Euroklasse A1- en A2-materialen een door Kingspan zelf opgezette test wel heeft doorstaan, en dat grootschalige tests met een combinatie van C- en B-materialen vaker falen dan dat deze materialen de test met goed gevolg afleggen.
In het verlengde hiervan klaagt onderdeel 1.13 dat het hof deze in eerste aanleg ingenomen stellingen op grond van de devolutieve werking van het hoger beroep had moeten betrekken bij de beoordeling.
3.5
Deze klachten falen. Het hof heeft kennelijk het betoog van Rockwool in de door het middel genoemde vindplaatsen aldus gelezen, dat het geen betrekking had op de door [betrokkene] gegeven presentatie, maar op andere uitlatingen. Die lezing is niet onbegrijpelijk. Daarbij is van belang dat de stellingen van Rockwool niet afdoen aan hetgeen het hof heeft overwogen over de beperkte strekking van de presentatie van [betrokkene] (zie hiervoor in 3.3.2), te weten dat voor het bepalen van brandveiligheid het gehele systeem moet worden getest, omdat zowel materialen met classificatie C+B als materialen met classificatie A1 en A2 onder omstandigheden kunnen falen en onder omstandigheden kunnen slagen bij een grootschalige geveltest.
3.6
Ook de overige klachten van het middel kunnen niet tot cassatie leiden. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie art. 81 lid 1 RO Pro).

4.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt Rockwool in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Kingspan begroot op € 873,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Rockwool deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de president G. de Groot als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron, A.E.B. ter Heide, F.R. Salomons en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.R. Salomons op
12 juni 2026.

Voetnoten

1.Rechtbank Gelderland 5 oktober 2022, ECLI:NL:RBGEL:2022:5713.
2.Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 24 september 2024, ECLI:NL:GHARL:2024:6028.