ECLI:NL:HR:2026:862
Hoge Raad
- Artikel 80a RO-zaken
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk in AOW-zaak
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 17 april 2025, die het hoger beroep behandelde tegen een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam over een besluit van de Sociale verzekeringsbank op grond van de Algemene ouderdomswet (AOW).
De Hoge Raad heeft de ontvankelijkheid van het cassatieberoep beoordeeld en daarbij het advies van de procureur-generaal betrokken. Gezien de inhoud van de klachten en de omstandigheden van de zaak heeft de Hoge Raad geoordeeld dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen.
Daarom heeft de Hoge Raad gebruikgemaakt van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren. Er is geen veroordeling in proceskosten opgelegd. Het arrest is op 5 juni 2026 in het openbaar uitgesproken door de Hoge Raad, zittende in de samenstelling met vice-president Van Eijsden als voorzitter en raadsheren Van der Voort Maarschalk en Van Roij.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard met toepassing van artikel 80a RO.