ECLI:NL:HR:2026:854
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake boetebeschikkingen 2011 en 2014
Belanghebbende, een besloten vennootschap, had beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 10 juli 2024. Dit arrest betrof het hoger beroep van belanghebbende tegen uitspraken van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant over boetebeschikkingen opgelegd voor de jaren 2011 en 2014.
De Hoge Raad heeft de ingediende klachten tegen het arrest van het hof beoordeeld. De klachten konden echter niet leiden tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad heeft geen nadere motivering gegeven, omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is gewezen door raadsheren Faase, Cools en Peters en in het openbaar uitgesproken op 5 juni 2026.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het arrest van het hof bevestigd.