ECLI:NL:HR:2026:851
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake navorderingsaanslagen inkomstenbelasting
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 10 juli 2024, waarin het hof het hoger beroep van belanghebbende tegen navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over de jaren 2011 en 2012, alsmede aanslagen over 2013 en 2014, heeft behandeld. Tevens betroffen de geschillen de bij deze aanslagen gegeven beschikkingen inzake heffingsrente en belastingrente.
De Hoge Raad heeft de ingediende klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad heeft geen nadere motivering gegeven, omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is gewezen door raadsheren Faase, Cools en Peters en in het openbaar uitgesproken op 5 juni 2026.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.