Uitspraak
1.Procesverloop
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
23 januari 2026.
Hoge Raad
In deze zaak heeft NEI Nieuw Energy Invest B.V. (hierna: NEI) cassatie ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam. Het hof had op 10 september 2024 een arrest gewezen in een geschil dat voortvloeide uit een share purchase agreement, waarin een bonusbepaling aan de orde was. NEI was de eiseres in cassatie en had eerder een vonnis van de rechtbank Amsterdam van 13 juli 2022 en de arresten van het hof van 10 september 2024 en 6 december 2024 in het geding. De verwerende partijen, aangeduid als [verweerders], hebben geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad heeft de klachten van NEI over het arrest van het hof beoordeeld en geconcludeerd dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad heeft geen verdere motivering gegeven, omdat het niet nodig was om vragen te beantwoorden die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, zoals vermeld in artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie. De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en NEI veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie, die zijn begroot op € 873,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.