Partijen zijn in 2003 gehuwd en zijn in 2019 gescheiden. De man verzocht de rechtbank om de verdeling van de gemeenschap van goederen vast te stellen, inclusief leningen van zijn familie voor onroerend goed in Marokko en het aandeel van de vrouw in de nalatenschap van haar moeder.
De rechtbank bepaalde onder meer dat de echtelijke woning verkocht moet worden en stond de man toe tegenbewijs te leveren over de financiering van het onroerend goed in Marokko. Het hof bekrachtigde de verkoop van de woning en bepaalde dat bij weigering van de man de beschikking in zijn plaats treedt. Het hof wees het beroep van de man af om het aandeel van de vrouw in de nalatenschap alsnog te betrekken en kende het onroerend goed in Marokko toe aan de man onder verrekening van leningen.
De Hoge Raad oordeelde dat de man ontvankelijk is in cassatie ondanks een inschrijvingsfout in het rechtsmiddelenregister. Het hof maakte fouten in de beoordeling van de bekendheid van de man met de verwerping van de nalatenschap en in de bewijsvoering omtrent de leningen voor het onroerend goed. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak naar het hof Amsterdam voor verdere behandeling.