Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
3.Beoordeling van de cassatiemiddelen voor het overige
4.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
5.Beslissing
26 mei 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin verdachte werd veroordeeld voor het witwassen van een geldbedrag van €32.100 door dit te verbergen achter een plafondplaat in de woning van een derde.
De Hoge Raad beoordeelde onder meer de bewezenverklaring omtrent het verhullen van de vindplaats van het geld. Uit de wetsgeschiedenis van artikel 420bis Sr volgt dat verhullen betrekking heeft op gedragingen die het zicht op de vindplaats bemoeilijken en geschikt zijn om dat doel te bereiken. Het hof had op basis van diverse proces-verbalen en verklaringen vastgesteld dat verdachte het geld op die wijze had verborgen, wat toereikend gemotiveerd was.
De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel dat de bewezenverklaring betrof en oordeelde dat de overige klachten niet tot vernietiging konden leiden. Wel stelde de Hoge Raad vast dat de redelijke termijn was overschreden, waardoor de opgelegde taakstraf van 120 uur en de vervangende hechtenis van 60 dagen verminderd werden tot respectievelijk 114 uur en 57 dagen.
De Hoge Raad vernietigde het hofarrest uitsluitend voor wat betreft de strafmaat en verwierp het beroep voor het overige.
Uitkomst: De Hoge Raad vermindert de taakstraf wegens overschrijding van de redelijke termijn en bevestigt de veroordeling voor witwassen.