Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel dat namens de verdachte is voorgesteld
Beoordeling en beslissing rechter
5.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
6.Beslissing
21 april 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van verdachte tegen het arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch inzake mishandeling met zwaar lichamelijk letsel. De feiten betreffen een mishandeling op 2 augustus 2019 waarbij het slachtoffer een gebroken kaak opliep. De verdachte werd in eerste aanleg vrijgesproken.
Het cassatiemiddel van verdachte betrof de motivering van de bewezenverklaring, welke door de Hoge Raad werd verworpen. De Hoge Raad oordeelde dat het hof de ontkennende verklaringen van verdachte terecht niet volgde en de verklaringen van het slachtoffer ondanks alcoholgebruik en tijdsverloop betrouwbaar achtte.
De benadeelde partij vorderde schadevergoeding voor materiële en immateriële schade, waaronder verlies van arbeidsvermogen. Het hof wees een deel van deze vordering toe (€420) en wees het resterende deel (€558,48) af wegens onvoldoende onderbouwing. De Hoge Raad oordeelde dat deze afwijzing onvoldoende gemotiveerd was en verklaarde het afgewezen deel niet-ontvankelijk, waarmee de zaak zelf werd afgedaan.
Verder oordeelde de Hoge Raad dat de redelijke termijn was overschreden, maar zonder verdere sancties gezien de korte opgelegde straf. Het beroep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: Vrijspraak verdachte bevestigd; gedeeltelijke schadevergoeding vernietigd en afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid.